De zeven laatste woorden van Christus

Vorig jaar liet hij zich uitschrijven uit de kerk. Dit jaar creëert hij de installatie The Seven Last Words of Christ. Kunstenaar Marc Mulders, diepgelovig, maar ook: alle-traditie-het-raam-uit. Werk dat zwanger is van symboliek, maar tegelijkertijd: 'Gewoon, een mooie vaas met een vis erop.' Of het nu gaat over de intensieve varkensfokkerij, misbruik in de kerk of een David-Beckhamvlinder, hij beleeft het intens: '.. .moet je zien wat je nu cadeau krijgt: dat is toch prachtig, die butsen?'

Marc Mulders

Jammer dat ik deze scène gemist heb. De kunstenaar heeft gewacht tot de medewerkers van het glasbedrijf aan de koffie zaten. Toen heeft hij een hamer gepakt en — bam, bam, bam — alle glazen punten, die een glasblazer met feilloos vakmanschap op zijn vaas geklonken had, eraf geslagen.

De stukjes glas liggen nu op een hoopje geveegd op een grote werktafel in het kunstenaarsatelier. De beschilderde vaas is nog intact, maar er zitten wonden op, precies in de vorm van een kruis. De kunstenaar wrijft tevreden met zijn duim over de scherpe randen waar je je flink aan zou kunnen snijden.

Eli, Eli, Lama Sabachtani

Waarom moest dat kruis van glazen doornen eraf? Mulders is streng voor zichzelf. Hij vond het te kinderachtig, hij vond het een 'pose'. 'Alles wat je maakt heeft een valkuil', zegt hij, 'hier was het de verkeerde pose van het kruis.' De uitgesproken katholieke kunstenaar probeert het uit te leggen. 'Als je die vaas gezien had toen hij nog heel was,had je geen... geheim gezien. Geen mystiek ervaren. Je had een goedkope pose van een goedkoop kruis gezien. Dat wilde ik niet. En...', Mulders strijkt nogmaals over het kapotte glas, dat glimt als kleine gestolde ringen in het water, '. moet je zien wat je nu cadeau krijgt: dat is toch prachtig, die butsen?'

Praten met Marc Mulders is als schaatsen en hordelopen tegelijk. Je zwiert langs grote en kleine thema's en struikelt dan weer over het heel eigen, hooggestemde jargon van de kunstenaar uit het Zuiden. Op het ene moment is hij de 'eenvoudige, blije Tilburgse jongen' die met sappige tongval vertelt over zijn boerderij in Brabant, waar hij gisteren een buizerd een vogeltje uit de lucht zag grijpen. Schilderen, zijn 'core business', vergelijkt hij graag met tuinieren: organiseren, ordenen, en af en toe met wortel en tak uitrukken. Heel aards.

Marc Mulders voor het werk Maastrichts Ballet

En dan schakelt hij weer, volle kracht vooruit, naar een wereld vol religieuze symbolen. Waar een vlinder tegelijk een gekruisigde Christus voorstelt, waar hij afbeeldingen in de buik van een vis verstopt, 'als in een schuilkerk, of de Ark van Noach'. Waar je het geheim van de wereld 'in de sterrenhemel of achter de bloemstamper' moet zoeken. Waar hij elke dag om zes uur aan een rondje hardlopen begint en dan 'in gedachten op Christus aan het kruis toeloopt'.

Vlinder-Beckham

ebben afgesproken op een industrieterrein in Tilburg. Daar komt hij - een pezige man in trainingsbroek en vest met korte mouwen - energiek de trap afgesprongen van het Glasbewerkingsbedrijf Brabant. Op de begane grond is een tiental specialisten bezig met de restauratie van historisch glas zoals de ramen van de Sint-Jan in Den Bosch. Op de eerste verdieping is het kunstenaarsatelier. Sinds hij zijn eerste glas-in-loodraam maakte, ruim tien jaar geleden, werkt Mulders met het bedrijf samen. Zijn rechterhand is de Vlaamse glasspecialiste Peggy Hermansen die assisteert hem nu bij het werk aan The Seven Last Words of Christ, een van de openingstentoonstellingen van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. Het glasatelier, het domein van de kunstenaars, ademt ambachtelijkheid door de oerdegelijke materialen en de kennis van zaken van de medewerkers. Maar er hangt ook een sfeer van experiment, van alle-traditie-het-raam-uit en hup, de moker erin — letterlijk.

Jezus zeide ik heb dorst

Er liggen platen waarop een vlinder is gezeefdrukt; in het lijfje van de vlinder valt een oude foto van David Beckham te ontdekken, die zijn getatoeëerde armen spreidt als Christus aan het kruis.

Mulders schildert dieren en planten, maar sinds hij in de jaren negentig collages begon te maken om beter op de actualiteit te kunnen reageren, duiken er ook foto's in zijn werk op. Van de aanslagen van '9/11', van iconen uit de wereld van glamour of, als het zo uitkomt, van het haardvuur in zijn eigen open haard. Hij wijst het patroon van vlammen aan op het bedrukte glas. Er staan schaaltjes emailleverf klaar; als ik weg ben zal Marc Mulders aan de vlinder-Beckham verder werken. Hij zal er dan, in één vloeiende beweging, met de kwast en met zijn vingers figuren, kleuren, stippen en kleine dieren doorheen schilderen. Daarna zal Peggy het stuk in de oven zetten om het in het glas te branden — voor dat secure werkje van afregelen en afwachten heeft Mulders geen geduld. 'Ik wil die oven steeds openmaken om te kijken.'

En dan is het altijd weer spannend. Twee versies heeft hij al afgekeurd, die zagen er te modderig uit. Ik ben een schilder, ook als ik in glas werk', zegt Mulders. 'Mijn glas-in-lood is veel minder grafisch, veel minder tekenachtig dan de gewoonte is.' En andersom zie je het werken met glas in zijn schilderijen terug: hij gebruikt nu vaak zijn vingertoppen en drukt 'pauwenogen' in de verf. Door de chemische reactie tussen verf, spiritus en de druk van de vinger trekt de verf open in rafelige patronen. Ook de kriebelige, kalligrafieachtige lijnen van het glaswerk keren terug in de schilderijen.

Kermis in het Huis van God

In een rustig hoekje van het bedrijf opent hij zijn laptop om alle ontwerpen te laten zien voor de komende installatie The Seven Last Words of Christ. 'Eigenlijk zijn het de zeven laatste zinnen voor Christus aan het kruis stierf', vertelt hij, 'maar ze worden altijd de 'zeven laatste woorden' genoemd. Het is een geliefd thema in de muziek. Joseph Haydn heeft er bijvoorbeeld een compositie aan gewijd.' Na eerdere grote glas-in-loodramen over de Apocalyps en Het Laatste Oordeel en de installatie over het Paradijs, Mapping Out Paradise, in samenwerking met viltkunste-naar Claudy Jongstra, gebruikt hij nu een heel persoonlijk thema. Het lijden van Christus staat hem dagelijks voor ogen. Elke dag? Ja, zegt hij nuchter. Als hij 's ochtends gaat hardlopen denkt hij er aan. 'Het inspireert me om mij over anderen te ontfermen, te willen zorgen. Dat wil toch iedereen?'

Gifbekers

Het centrale werk gaat uit van de eerste zin: Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen. In een grote installatie op de grond combineert Mulders de plattegrond van de Sint-Pietersbasiliek in Rome, uitgevoerd in zwart glas, met dunne glazen schalen en losse stukken glas die erop liggen. Ze zijn beschilderd met een dicht patroon van vlinders, zwanen, duivels, ogen en vissenkoppen. 'Het is kermis in het Huis van God', noemt Mulders dat: het weerspiegelt zijn kritiek op het instituut van de katholieke kerk. Vorig jaar liet hij zich uitschrijven. 'De directe aanleiding toen was de rehabilitatie van bisschop Richard Williamson, die Holocaustontkenner. En sindsdien is het alleen maar erger geworden. Een kerk die homoseksuelen de hostie weigert en die nu weer misbruik doodzwijgt -dat is mijn kerk niet. Ik zou eigenlijk mijn eigen glas-in-loodramen moeten gaan ingooien.'

Hij gebruikte de plattegrond van de Sint-Pieter al eens eerder, als 'angry young man' in de jaren tachtig. Toen combineerde hij het ontwerp van architect Bramante met het opengesneden lijk uit De Anatomische les van Rembrandt, alsof er een gekruisigde middenin het hart van het Vaticaan lag. Een brutaal gebaar vindt hij nu, echt iets voor een jonge hemelbestormer. Maar de idee van deze remake in glas is hetzelfde: 'Ik wil het Lijden aan de kerk teruggeven.'

Vaas met vis

Hij laat nog een werk zien in deze serie. De vijfde zin is Ik heb dorst. Hiervoor is een grote platte schaal gemaakt met een gebrandschilderde pauw erop. De schaal zal gedurende de expositie gevuld zijn met vers water en drijvende pioenrozen — een elegant beeld, dat je ook zó in een strak interieur zou zien staan.

Dat is zeker niet toevallig. Want ondanks de doorwrochte symboliek van de werken moeten ze ook een lust voor het oog zijn. Mulders: 'Ik geloof namelijk absoluut dat goede kunst, dat mooie dingen bijdragen aan een betere wereld. Dat kunst een vehikel voor idealen kan zijn. Natuurlijk. Absoluut!'

Het gaat hem helemaal niet uitsluitend om religieuze afbeeldingen. 'Ik kijk heel graag naar de Jugendstilperiode en naar Art Deco. Destijds werd dat gekoppeld aan de antroposofie — heel interessant. Ik houd zelf ook veel van decoratie, ik ben in mijn werk ook steeds decoratiever geworden. Gewoon, een mooie vaas met een vis erop'. Die patronen hebben nog een andere oorzaak. Hij benadrukt: 'Ik kan niet tekenen en ik kan niet ruimtelijk denken. Kijk, een schilder als Marlene Dumas zou van die zeven laatste zinnen echt scènes kunnen maken, als een soort toneelsetting, en die dan schilderen. Dat kan ik niet: ik denk in planten en dieren, in bijna kinderlijke archetypes.' Een zeefdruk van een lelie waarin een plaatje van Maria verscholen zit, gebruikt hij net zo makkelijk op glas, op een sjaal, of op een tas. In de expositie zullen kledingstukken van Alexander van Slobbe te zien zijn met daarop pauwen en rozenkransen van Mulders. Decoratie inderdaad, waardoor je je kunt omringen met mooie dingen die — als je het wilt zien - een boodschap uitdragen.

Eli Eli Lama Sabachtani

Varkenslaboratoria

'In ons vakgebied is dat heel lang taboe geweest. Een Boodschap, en het Schone, dat werd als sentimenteel gezien. En als je het over Onze Lieve Heer had, dan werd je helemaal in de ban gedaan. Terwijl je denkt in het meest vrije deel van de maatschappij te opereren, in de kunsten!' Voor Mulders is het verband tussen zijn kikkers, vissen en vlinders en het religieuze evident. 'Dat is de generositeit van de versiering. En van de schepping. Ik kan dat niet los zien van religie.' Hij zet die overtuiging om in kunstwerken, maar ook in actie. Hij bestrijdt inmiddels actief de intensieve veehouderij in Brabant. 'Miljoenen varkens die nooit het daglicht zien, opgepropt in laboratoria waar geen mens meer komt' - hij kan er bijna niet over praten, zo verschrikkelijk. 'Kijk', zegt hij, 'als je intens leeft en de dingen met aandacht en liefde beschouwt, dan probeer je het verband tussen het grote en het kleine te zien. Dan zie je het verband tussen een sterrenhemel en het hart van een bloem. Dan ben je bezig met religiare, met verbinden en je verbonden voelen — dat is wat het letterlijk betekent. Zo bezien ben jij ook religieus.' Hij lacht. 'Ha! Natuurlijk wel.'

Glasmuseum Leerdam 23.06.2010 - Sacha Bronwasser