Kloosterorde

In het voormalige kloosterschooltje waar schilder Marc Mulders woont en werkt, heersen rust en overzicht. Voorwaarden voor de creativiteit.

'Time present an time past
Are both perhaps present in time future,
And time future contained in time past.'

Dat schreef dichter T.S. Eliot tenminste - wat we zijn is onlosmakelijk verbonden met het verleden en de toekomst. Dat geldt voor het leven, voor de kunst, mogelijk zelfs voor de plek waar je woont.

Kloosterorde

Schilder Marc Mulders is rooms-katholiek opgevoed. Niet dat hij tegenwoordig nog echt leeft naar het geloof, maar het culturele aspect van zijn religie  beïnvloedt zijn kunst en zijn kijk op het leven wel degelijk. In dat licht bezien zal het geen toeval zijn, dat hij in een verbouwd klooster woont. Gotisch ramen, een binnentuin en een kapelletje aan de overkant van de straat herinneren permanent aan de oorspronkelijke sfeer. Hier en daar zijn zelfs crucifixen en Christusafbeeldingen te zien - niet overgebleven uit het klooster, maar daar neergezet door Marc.

Kloosterorde

'Die zijn heel belangrijk voor mij,' zegt hij. 'Ze vormen de basis van mijn werk. De rozenkrans aan het lichtknopje in mijn atelier hangt daar niet voor niet: Het feit dat je katholiek bent en niet, om maar eens wat te noemen, islamitisch, is heel bepalend. Het is mijn cultuur, mijn opvoeding, mijn achtergrond. Je krijgt daar iets moois van mee - op dezelfde manier als ik zou hebben wanneer ik als hindoe of moslim was opgevoed. Toen ik bijvoorbeeld op de kunstacademie renaissance- en barokschilderijen onder ogen kreeg, voelde ik exact aan wat de schilders ermee wilden uitdrukken.

Kloosterorde

We leven in een hectische, hedonistische tijd. Het leven in onze maatschappij gaat te snel, draait dol. Geloof- en dan bedoel ik niet New Age - biedt je een goed instrument om de dingen te ordenen en iets van troost en verstilling.' Marcs overtuigingen mogen dan geen bewuste aanleiding hebben gevormd voor zijn keus om in een oud klooster te gaan wonen, ze waren steeds op de achtergrond aanwezig. 'In een gebouw als dit wonen is iets heel anders dan bijvoorbeeld in een oud pakhuis wonen. Hoewel dit gedeelte de kloosterschool was en niet het klooster zelf, proef je hier wel de sfeer, met die gotische ramen en het gebrandschilderde glas. Dat is essentieel voor mij.

Het zou anders zijn geworden als ik zelf een huis had gebouwd. Dat ben ik van plan ooit nog eens te doen, iets in de lijn van Dom van der Laan of Donald Judd. Mooi, sober, spartaans - een huis dat je bedachtzaam stemt.' Ook in Marcs huidige onderkomen overheerst kalmte. Zo is er de grote eetkeuken met zijn hoge plafond en vrijstaande modulekeuken, die het volume van de lange eettafel langs de wand herhaalt. Tegen een muur staat nog een Afrikaans beeld en daar houdt het wel mee op. 'Er moet hier verder niets meer bijkomen', zegt Marc, 'ik houd van rust.' De ruimte heeft iets van een refter. Op het eerste gezicht lijkt alles geometrisch geordend. Dan dringt het tot je door dat het tafelblad niet rechthoekig is, maar nog de vorm heeft van de boom waaruit het werd gezaagd. Het golfeffect in de glazen deuren echoot de textuur van de flagstonevloer en de keukenmodule zelf is gemaakt van glad, warm elzenhout. Zelfs het standbeeld heeft textuur, gevormd van gedroogd bloed en veren van geofferde kippen. Het interieur is niet steriel of minimalistisch, eerder eenvoudig en subtiel. Een ruimte die tot een eenheid word gevormd door verfijnde, tactiele elementen.

Kloosterorde

Ook licht speelt een rol, vooral in de huiskamer, waar de gotische ramen met hun gebrandschilderde glas op zonnige dagen sprekende patronen op de vloeren en muren werpen. Een antwoord daarop volgt 's middags, als een golf licht binnenstroomt door de ramen naar de gang. Overal zijn herinneringen aan het verleden van het gebouw, zoals de oude schoolkosten, in passend zandbeige geschilderd. Aan de gang is eigenlijk niets veranderd. Je verwacht elk moment een schoolbel te horen rinkelen en kinderen de deur uit te zien stromen. Een foto van de nonnen tijdens een ontmoeting met president Eisenhower hangt naast de deur. De verfkleur op de muur weerspiegelt een tint die in het oorspronkelijke veelkleurige vloermozaïek zat. Ook Marcs studio, boven, wordt door licht overspoeld via een rij ramen die van vloer tot plafond reiken. De vloer is overdekt met het plakkerige bewijs van zijn Jackson Pollock-achtige manier van schilderen, en toch overheerst ook hier de ordelijkheid van beneden. Verftubes in keurige rijtjes op één tafel; boeken, opengeslagen op pagina's met inspirerende beelden, op een andere. 'Ik heb een hekel aan rommel,' zegt hij. 'Over het algemeen gaat het zo: Als ik genoeg heb van een boek of als het vies is geworden van het werken, gooi ik het weg.' Alleen degene die echt bijzonder voor hem zijn mogen blijven: de bijbel en wat werken over minimalistisch kunstenaar Donald Judd.

Kloosterorde

Wellicht zijn er ook wat onderwerpen van Marcs schilderijen te zien: bloemen, een vis, een paar opgehangen fazanten. 'Als je bloemen of dieren naschildert en je staart maar lang genoeg naar ze, drijf je als het ware iets uit, het is een vorm van meditatie. Bloemen en vissen schilderen is zo oud als de grotschilderingen van Lascaux. Er kleeft iets voodoo-achtigs aan: leg het dier vast in een schildering en de jacht wordt een succes. We mogen dan niet meer zo primitief zijn, maar die aandrang is er nog altijd. Al ben je Damien Hirst of Bill Viola, altijd heeft verf de potentie om macht te verwerven over een object dat buiten je bereik ligt. Zo zie ik mijn werk. Daarom vind ik het belangrijk dingen om me heen te verzamelen als dat Afrikaanse beeld, de fossielen op de planken beneden, de kruisbeelden. Het zijn een soort beschermengelen.'

Elle Wonen 01.04.2001 - Productie: Rianne Landstra. Tekst: Rodney Bolt, Bewerking: Christine van der Hoff