Megastal verpest de schepping
Kunstenaar Marc Mulders verzet zich tegen de komst van megavarkensstallen in Midden-Brabant. Hij doet dat vanuit het idee dat de Schepper het zo niet heeft bedoeld. „Het is belangrijk de misère te beantwoorden met helende beelden.”
Een jaar wonen Marc Mulders en zijn vrouw Trudy nu in een achttiende-eeuwse, rietgedekte boerderij op het Brabantse platteland. Voorheen huisde de Tilburger in een oude kloosterschool in het centrum van zijn geboortestad. „Het werd daar steeds gekker”, zegt hij. Was de Tilburgse kermis vroeger een mooi evenement, tegenwoordig komen er – aangemoedigd door reclame – een miljoen mensen op af.
Binnenstadbewoners hebben zich neer te leggen bij de bonkende housemuziek die dagen aan een stuk dreunt. „Het slaat allemaal zo door”, zegt Mulders, terwijl hij zijn bezoek rondleidt door de verstilde tuin. „Het gaat allemaal over meer, meer, meer. In versneld tempo kwamen er steeds meer evenementen bij. ’Tilburg ordinair’, ’Tilburg Hap Stap’, en ga zo maar door. De overheersing van de pretcultuur, dat is niets voor mij.”
De prachtig gerestaureerde hoeve, waar de kunstenaar ook werkt, staat op landgoed Baest, in het buitengebied van Oirschot, tussen Eindhoven en Tilburg. Omringd door vierhonderd hectare weiland, bos en water, voelt Mulders zich goed. De kikkers kwaken, het geurt er naar vers geploegde aarde.
Aan zijn grote houten keukentafel laat Mulders een luchtfoto zien van de omgeving. Dicht bij landgoed Baest, liggen landgoed ’s-Heerenvijvers en belvedère Langereijt. Drie grote vlakken in de buurt zijn rood gemaakt. Daar heeft de provincie Brabant mega-varkensstallen gepland voor een half miljoen varkens. Mulders verzet zich daar tegen, samen met onder anderen juriste Dorien Pessers en vooral boeren en burgers uit de directe omgeving.
U wordt verweten ’import’ te zijn: voormalige stadsbewoners die moeilijk doen over zaken die nu eenmaal gebeuren op het platteland.
„Door hier te komen wonen, zijn mijn vrouw en ik voor het eerst geconfronteerd met het fenomeen megastallen. Mensen worden nu eenmaal pas alert als ze zelf ergens mee te maken krijgen. Pas dán raakt zo’n onderwerp je.”
„Na de varkenspestepidemie in de jaren negentig van de vorige eeuw, is de zogeheten reconstructiewet bedacht. Het idee daarachter is dat de varkensfokkerij anders moet worden opgezet – de concentraties varkens moeten groter worden, er moet minder met de beesten worden gesleept, varkens moeten weg uit de bebouwde kom. Allemaal maatregelen om de kans op ziektes te verminderen. Dat zou goed zijn voor zowel de natuur als het familiebedrijf. Maar de zaak is uit de hand gelopen: een klein aantal megaboeren is er nu op uit het platteland te industrialiseren. Het boerenfamiliebedrijf gaat eraan, want een bedrijf met zestig koeien of honderd varkens kan niet overleven, en het landschap wordt verkracht door een soort gezwellen in de vorm van megastallen.”
U zou ook kunnen denken: ik blijf fijn schilderen en mooie ramen ontwerpen.
„Ik voel het als mijn taak op te komen voor de natuur. Behalve dat het voor mij een goddelijke inspiratiebron is voor mijn werk, voel ik een verantwoordelijkheid jegens de aarde. Wij zijn tijdelijke bewoners, passanten, wij mogen de boel niet voorgoed beschadigen en geruïneerd nalaten aan onze kinderen en kleinkinderen. Ik voel de drang om mensen wakker te schudden.”
„Kunstenaars dienen schoonheid na te streven, harmonie, verdieping. Als kunstenaar heb je de hele dag de tijd om na te denken over de filosofische, ethische en religieuze aspecten van het het hier op aarde zijn. Vervolgens mag een kunstenaar die gedachten vertalen; in mijn geval in schilderijen, ramen. Mijn kunstenaarschap leidt ertoe dat ik diep ontroerd raak door schepping waarin ik ronddwaal. En dus vind ik dat ik de plicht heb iets te doen als ik zie dat die onteerd, verkracht dreigt te worden. Als ik hardloop door het bos en ik zie blikjes, chipszakken en andere troep liggen, dan fiets ik later terug om ze op te ruimen. In het groot verzet ik me tegen de megastallen.”
Wat is uw probleem met megastallen?
„Dieren in de bio-industrie zijn allesbehalve gelukkig. Ze verworden tot staartloze hormoonvaten zonder ruimte die vijf keer meer biggen produceren dan ze zouden moeten krijgen. Ogen hebben ze niet nodig want daglicht zien ze niet, en binnen niet al te lange tijd zal er ook wel iets aan hun stembanden worden gedaan want ze schreeuwen zo als ze op transport richting slachthuis worden gesteld. Ik vind dat een desastreus, respectloos sleutelen en boetseren aan de schepping. Mensen stellen zich op als een dictator ten opzichte van dier en natuur – met als gevolg dat we de schepping én de Schepper beledigen en ontkennen.”
„Ik ben katholiek. Ik ben weliswaar formeel uit de kerk gestapt vanwege die affaire-Williamson maar ik ben niet weggegaan bij Onze Lieve Heer. Ik ervaar de combinatie natuur en platteland als twee in elkaar gevlochten handen – die houding, die ook voor bidden staat, impliceert aandacht en bezinning. Dat is nu nodig: bezinning op hoe wij hier zijn en hoe wij omgaan met de wereld om ons heen. De reconstructiewet was goedbedoeld. Maar inmiddels weten we zoveel meer – in megastallen vormt zich kankerverwekkend fijnstof, twintig procent van de varkensboeren heeft de MRSA-bacterie, op die megastallen komen colonnes zware vrachtwagens af voor aan- en afvoer van voer, mest en kadavers. Al die kennis legitimeert een pauze, een moment om je handen te vouwen en na te denken. Juist van mijn partij, het CDA, verwacht ik een ethisch besef en moraal. Het vraagt visie, wijsheid en lef van onze politieke leiders om dit traject om te buigen van verminking naar heling.”
„De plannen die er nu liggen zijn hoogmoedig, ze gaan om ongelimiteerd groeien om de groei. Waarom zou Brabant verpest worden door deze groteske schaalvergroting? Waarom gaat na het bankwezen nu de landbouw de kant op van meer, meer, meer? Het is essentieel om te weten wat genoeg is – dat leert de huidige economische crisis ons. We moeten die boodschap wel verstaan. De plannen zoals die nu voorliggen druisen in tegen de tijdsgeest, tegen wat mensen willen.”
„Vroeger hadden kunstenaars de taak mensen ’te verwittigen’, op de hoogte te stellen van alle leed in de wereld. Tegenwoordig kan CNN dat veel sneller. Het is nu belangrijker de misère op CNN te beantwoorden met helende beelden. Hoewel ik ben gefascineerd door het lijden in de wereld, wil ik daar niet bij blijven stilstaan; er is hoop op een betere toekomst, en daar wil ik me op richten. Kunstenaars moeten in mijn beleving bijdragen aan de heling van de wonden. In mijn werk zie je daarom bijvoorbeeld geen confronterende, harde vormen en kleuren. Ik vind het beter niet nóg eens een een verkrachting uit Srebrenica na te schilderen maar die ellende als het ware te weerspreken met schoonheid.”
Hoe moet het dan?
„Het toverwoord is duurzaamheid. Vroeger kon je laten zien dat je betrokken was door geen bont te dragen. Fatsoenlijk geproduceerd eten is het nieuwe bont. Je ziet dat steeds meer mensen genoeg krijgen van goedkoop vlees, dat ze graag een dagje of twee per week overslaan met vlees eten. Ik zeg niet dat mensen geen vlees mogen eten. In de Bijbel staat dat we dieren mogen jagen en eten. Wat we niet mogen is onteren. Ik pleit voor familiebedrijven, waar mensen met hart en ziel achter hun dieren staan, die passen in de natuur en het leefklimaat van Brabant. Ik pleit voor bedrijven waar mens én dier een mooi leven hebben.”
Trouw 11.07.2009 - Anniek van den Brand