Openings toespraak Dom Bernardus expositie 'PELGRIMAGE'

Dames en Heren,

Denkend aan de combinatie van monnik en kunstenaar en het thema pelgrimage schoot mij afgelopen maandag tijdens de nachtwake opeens de openingszin in van De Goddelijke Komedie van de woordkunstenaar Dante.

‘Op het midden van mijn levenswegbevond ik mezelf in een donker woudwant de rechte weg was verloren gegaan

Ach, hoe zal ik zeggen hoe zwaar het waswat was dit woud woest en ruw en ongastvrijde gedachte eraan vervult me weer met angst’.

Hier is een kunstenaar aan het woord of liever gezegd een mens die zijn levensweg beschrijft als een op weg zijn van donker naar licht, van angst naar bevrijding, van vrees voor God naar liefde voor God.Deze kunstenaar beschrijft zijn menswording als een tocht die hem laat afdalen tot in het diepste van de hel, een beklimmen van de louteringsberg en een opstijgen tot hemelse hoogten. Een beweging die ieder mensenleven kenmerkt tenzij men bewust kiest om niet op tocht te gaan en vast te willen blijven zitten in zichzelf of zich niet wil laten louteren maar zelfgenoegzaam zijn eigen weg gaat. Dante heeft deze menselijke pelgrimstocht als een kunstenaar met woorden geschilderd en – dat is de reden waarom ik hem hier aanhaal - op die pelgrimstocht ontmoet hij een monnik.

Hij ontmoet namelijk in de hoogste hemelen Bernardus van Clairvaux (1090-1153) die hem aan de hand neemt op weg naar Maria, de Moeder Gods, naar Jezus, de Zoon van God en God zelf. De kunstenaar doorloopt samen aan de hand van de monnik de ringen van het amfitheater dat de hemel is. Twee pelgrims, hand in hand, op dezelfde pelgrimstocht, naar het zelfde doel: God, de ware, de schone en de goede. Een franciscaner monnik, Bellarminus (1542-1621) zal zeggen: ‘in datgene wat waar is ontmoet je de Ware. In datgene wat mooi is ontmoet je de Allermooiste en in datgene dat goed is het Goede’.

De kunstenaar en de monnik. Het lijkt op het eerste gezicht een vreemde combinatie en met de verwijzing naar Dante wil ik niet beweren dat de kunstenaar de monnik nodig heeft om in de hoogste hemelen te komen. Wees gerust! Dante heeft ook al in de hel genoeg monniken gezien die hij niet bij de hand wilde nemen. Monniken die net als zoveel anderen verstard waren in hun eigen leven, zonder beweging en alleen gericht op zichzelf. In de hemel komt hij ook zijn eigen vakbroeders tegen!

De kunstenaar en de monnik vinden elkaar op dezelfde pelgrimsweg van het leven. Zij zijn als twee pelgrims die hand in hand oplopen. Pelgrims. De wegen van de wereld zijn er tegenwoordig vol van. Nog nooit is de pelgrimsweg naar Santiago de Compostella zo populair geweest. Pelgrimsoorden van welke religie ook worden overspoeld door pelgrims met een hart vol God maar het is zelfs mogelijk om, zoals de bekende publicist Herman Vuijstje, een pelgrim zonder God te zijn. Het lijkt alsof pelgrimeren ons mensen in het bloed zit.

Alle wereldreligies sluiten bij dat gevoel aan. De Joodse spiritualiteit tekent zichzelf met woorden als Thora (het aanwijzen van de levensweg) en halacha (levensgang). Christenen, die beschouwd worden ‘van de weg’ te zijn (Hand. 9,2), zien in Jezus de ware levensweg (Joh. 14,6). De boeddhistische spiritualiteit ziet zichzelf als voertuig (yana) op de weg naar de Verlichting (boddhi), waarbinnen zich drie stromingen aftekenen: het Kleine Voertuig, het Grote Voertuig en het Diamanten Voertuig. Het taoïsme draait rond tao, dat ‘weg’ betekent. In de Islam wordt de levensvorm van de mystici aangeduid met tariqa, dat ‘pad’ betekent. Samenvattend kunnen we met Lao Tse (300 v.Chr.) zeggen: ‘De weg volgen is volkomen zijn.

’Maar wat is nu eigenlijk een pelgrim? Het woordje pelgrim betekent in oorsprong: vreemdeling. De Bijbel staat er vol van. Steeds weer opnieuw roept zij ons op om niet te vergeten dat ook wij ooit vreemdeling, pelgrim, geweest zijn. Abraham, de vader van het Jodendom, Christendom en Islam was een pelgrim, een vreemdeling die wegtrok om zichzelf te bevrijden. Iedere mens is een pelgrim, een vreemdeling, voortdurend op tocht maar naar wat of wie?

Op internet, www.pelgrimeren.com , vond ik de volgende omschrijving van een pelgrim: ‘een pelgrim heeft een visioen dat hem altijd tot het hogere opwekt; een pelgrim heeft een doel dat altijd aan hem trekt; een pelgrim heeft een hoop die hem altijd weer opricht; een pelgrim is onderweg, ook in zijn dromen.’ Een pelgrim is onderweg – voortdurend – met een visioen, een doel en een hoop, niet alleen in zijn dromen maar ook nu, in de alledaagse realiteit.

Zowel de monnik als de kunstenaar zal zich in deze definitie van een pelgrim kunnen herkennen en wellicht gaan ze daarom ook hand in hand op naar de hoogste hemelen. Ze hebben beide een visioen, een doel en een hoop zowel in de verbeelding als in de realiteit. Hun levens worden bepaald door het visioen, het doel en de hoop. De werkwijze van beide is verschillend en ook de plaats van hun ambacht maar pelgrims zijn nu eenmaal niet hetzelfde ook al lopen ze graag in groepen.

In deze tentoonstelling PELGRIMAGE komen monnik en kunstenaar samen en laten zij anderen delen in hun visioen, doel en hoop. Het claustrum waarin zich de tentoonstelling bevindt is voor de monnik een afbeelding van het visioen dat hem gegrepen heeft om heel zijn leven in toewijding door te brengen. De kloostergangen omsluiten namelijk een leeg midden waarin een bron opwelt als symbool van het Goddelijk Leven dat naar alle kanten uitstroomt. Ooit heeft hij een glimp van dit Goddelijk leven opgevangen. Niet altijd even helder en vandaar dat het zicht op het midden niet altijd even helder is. Je weet dat het er is en je loopt er dagelijks bewust of onbewust omheen. Paulus zegt: ziende de Onzienlijke. De kloostergangen staan voor het leven dat dit visioen omsluit.

Het is in deze gangen waarin Claudy Jongstra het levenspad gesymboliseerd heeft in een gespiegeld labyrint. Gespiegeld omdat de weg die ik ga – gedreven door het visioen – niet zo maar een weg is die iedereen kan volgen maar vooral mijn persoonlijke weg. De ziel is de spiegel van de werkelijkheid. De sterrenhemel en de hardheid maar ook de zachtheid van de levensweg worden in het claustrum gesymboliseerd door het werk van Marc Mulders. In de prachtige kloostergangen grijpt de monnik de hand van de kunstenaar en omgekeerd om samen op te gaan naar het doel.

De kapittelzaal waarin u komt is voor de monnik de architectonische ruimte waarin hem iedere keer weer opnieuw een hoofdstuk, een capitulum, uit de leefregel wordt voorgehouden. Een regel die hem helpt om het doel voor ogen te houden. Het doel dat soms verborgen is in de donkere realiteit van het leven maar soms ook straalt in het heldere licht van diezelfde realiteit. U kunt beide zijden zien en als pelgrim op het snijvlak gaan staan van licht en donker door beide kunstenaars indrukwekkend uitgebeeld.

Uiteindelijk komt u in de gebedsruimte waar de monnik de hoop levendig probeert te houden en zeven maal daags zich probeert te laven aan de bron van het leven. Het labyrint van Claudy Jongstra is hier stralend van licht tegen de donkere achtergrond van hemellichamen. Hier lijkt de zon op te gaan die telkens weer overwint.

Het is in dit atelier van de monnik – het klooster - dat twee kunstenaars hun pelgrimsweg laten zien in een verbeelding van glas, kleuren, stoffen en geuren. Visioen, doel en hoop van de monnik worden ondersteund en aangevuld door deze verbeelding in de realiteit. De hemellichamen in glas als de zon van het visioen, de sterren van het doel en de planeten van de hoop. De stoffen van de weg en de geuren van de realiteit en de verbeelding. Het valt hier wondermooi samen. Heel concreet zal u beiden vinden in het oratorium waar Marc Mulders samen met onze br.Wolfgang exposeert. De kunstenaar en de monnik lopen hier samen hand in hand.

Is dat nu ergens voor nodig? Nee, het nut van het leven van de monnik is zonder nut. De kunstenaar zal zich hierin herkennen. Wij lopen onze levensweg omdat we gedreven worden door een visioen, een doel en een hoop. Het visioen, het doel en de hoop hebben alles te maken met een samenleving waarin het samen op gaan, echte solidariteit centraal staat. Een samenleving van ontmoeting, zoals ik dat graag verwoord. Het visioen van de monnik is de ontmoeting tussen God en de mens. Een ontmoeting die ons gelijkvormig maakt – niet hetzelfde – aan God. Het doel van deze ontmoeting is barmhartigheid omdat God barmhartig is. Wij lopen samen deze weg van het visioen naar het doel omdat we de hoop levend willen houden dat zo’n samenleving van echte ontmoeting mogelijk moet zijn.

Deze pelgrimstocht neemt u mee in die droom. Namens onze gemeenschap ben ik beide kunstenaars uitermate dankbaar dat zij op onze uitnodiging zijn ingegaan. Het is voor ons een vreugde om ons atelier – onze werkplaats – open te stellen om samen iets van onze gemeenschappelijke tocht als mens weer te geven. U zult het de monniken niet kwalijk nemen dat zij deze tentoonstelling ook aangrijpen om aandacht te vragen voor de staat van hun atelier – de abdijgebouwen. Wij moeten nog een laatste bedrag bijeen zien te krijgen om de daken van ons klooster te restaureren. Ook die zorg hoort bij het leven van iedere pelgrim en ik reken dan ook op een gul begrip van een ieder die deze tentoonstelling komt bezoeken.

Mag ik eindigen met nogmaals te verwijzen naar De Goddelijke Komedie van Dante. De monnik – Bernardus van Clairvaux - neemt daar de kunstenaar bij de hand. In zijn commentaar op De Divina Comedia zegt Prof. Logister: ‘De monnik uit Clairvaux bestreed namelijk de mening dat we langs de weg van de abstractie de eenheid met God moeten zoeken. Hij onderstreepte dat God tot ons komt via zintuiglijke tekens en symbolen. Tekens en symbolen zijn niet slechts middelen, die op een gegeven moment worden achtergelaten. De wereld in het algemeen en het menselijke in het bijzonde ris de plaats waar God ons wil treffen en vinden. Menselijke vrijheid betekent niet distantie van de wereld maar een specifieke beleving van de wereld. Het zintuiglijke wordt niet uitgeschakeld…Conform de visie van Bernardus, wil Dante na zijn mystieke visioen niets anders dan in dat licht de aardse werkelijkheid en de menselijke geschiedenis vertellen. Ook al is de taal weerbarstig, hij wil in beeldende woorden laten zien hoe groot de waardigheid van de schepping dankzij Gods aanwezigheid is en hoe de mens in Kerk en staat en in al zijn activiteiten zijn vrijheid mag vieren.’  Een prachtig citaat die de ontmoeting tussen kunstenaar en monnik, hun gedeelde visioen, doel en hoop treffend weergeeft.

29.10.2011 - Dom Bernardus