English version (Engelse versie)
EVERYTHING THAT
HAS A BEGINNING HAS AN END
de Matrix-trilogie als moderne
myhte
www.marcmulders.com/trudy
Trudy Sas
The Matrix is een post-moderne film, d.w.z. dat er geen betekenis in wordt vastgelegd en het aantal citaten uit boeken, strips, computerspellen en films eindeloos is. Ook de verwijzingen naar religie, filosofie en psychologie blijven consequent meerduidig.
Over de christelijke motieven is al veel gepubliceerd, evenals over de filosofische achtergronden. Kijk bijvoorbeeld op http://whatistheMatrix.warnerbros.com. Ook de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge schrijft in zijn bundel Tijd van onbehagen (2005) een interessant essay onder de titel ‘Wat is de Matrix?'. Hierin stelt hij de vraag naar een nieuwe innerlijkheid aan de orde, een heel belangrijk thema van deze trilogie.
Ik bekijk de Matrix-trilogie als een moderne mythe c.q. alchemistische allegorie, waarmee de Wachowski-brothers het verhaal vertellen dat in elke cultuur tot de archetypes behoort. Ze gebruiken de moderne metaforen van machines en technologieën om oeroude, diep-menselijke inzichten, verlangens, angsten en droombeelden te verkondigen.
Ik ga proberen de film op zijn symbolische dimensie te interpreteren, waarbij ik zal ingaan op de scheppingsmythen, de antieken, het hindoeïsme, christendom, de gnostiek, de apocriefe engelenliteratuur, het Parzival-verhaal en de alchemie. Dit is nog niet helemaal af. Het zal nog wel even duren voordat ik kan zeggen: ‘It's done', maar de eerste schreden op het pad zijn gezet. Hieronder kun je ze volgen. Je mag er vrijelijk uit citeren, vermeld s.v.p. wel dit internetadres als Bron.
Van de vele websites die ik heb bekeken, wil ik er één noemen die op mij een bijzondere indruk heeft gemaakt en mij heeft geïnspireerd tot mijn zoektocht, het is een analyse van Brian Takle die als een van de eersten in de Matrixtrilogie een moderne mythe herkende: http://wylfing.net/essays/Matrix_reloaded.html en http://wylfing.net/essays/Matrix_revolutions.html.
Inhoud
I. Het begin van het begin: oorsprong
II. Het einde van het begin: creatie
De Bron
De Architect
Het Orakel
Persephone
De Merovingian
Trainman
Morpheus
Seraph
Twins
III. Het begin van het einde: kennis en inzicht
IV. Het einde van het einde: offer en opstanding
Rama-Kandra
Kamala
Sati
VI. The Matrix als alchemistische allegorie
engelen in de Matrix
Parzival
Sophia
alchemie
SCHEPPINGSMYTHES
Voordat ik op de film inga, wil ik duidelijk maken hoe de schepping in de mythes wordt verbeeld.
Millennia lang hebben mensen zichzelf niet beschouwd als bestaande uit eigen materie, maar als sterfelijke omhulsels die waren gevuld met een tijdloze spirituele essentie. Geboorte, Leven en de Dood kregen een symbolische betekenis die deze grotere dimensie uitdrukte.
In veel culturen hadden de goden een menselijke vorm – vaak met toegevoegde hoofden of ledematen om hun superieure krachten over te brengen. Het idee van een allesomvattend goddelijk universum was zo sterk dat de oorspronkelijke zijnsvorm werd beschouwd als androgyn, niet alleen in de mythologie van Midden-Amerika, Griekenland, Australië en Egypte, maar ook in de filosofie van Plato en de mystiek van de soefi's. De Indische god Shiva had een vrouwelijke kant, Parvati, en in het boek Genesis is Eva voortgekomen uit Adam. Mannelijk en vrouwelijk werden beschouwd als aspecten van een en dezelfde natuur – goddelijk en menselijk – een complementaire eenheid, gesymboliseerd in het yin-yan symbool [.
Scheppingsmythen hebben een archetypische opbouw, in het algemeen kunnen ze aldus worden ingedeeld:
Eerst is er een Schepping uit het niets (ex nihilo), waarbij een hoogste wezen de wereld schept door deze te denken of door het woord (vgl. Genesis: “In den beginne was het woord”). In het allerbegin is er dus DE ENE, de heerser over alles, de alleenheerser. Het Opperwezen. IK BEN.
Dan is er splitsing. Als het Opperwezen gaat scheppen dan moet dat noodzakelijkerwijs uit Hem voortkomen. Hij zal zich op zijn minst in tweeën moeten delen. Dat wat één was (One) wordt door hem gescheiden. Dan volgt er weer een creatie uit een creatie enz. Vergelijk het met de splitsing van de bevruchte eicel in de baarmoeder (Matrix). De Schepper creëert aan elkaar tegengestelde krachten: Licht en Duister, Hemel en Aarde, Man en Vrouw.
In het hindoeïsme bijvoorbeeld, is er Brahman. In het begin bestond Brahman buiten ruimte en tijd. Hij vertoonde zich als eerste als een gouden embryo van klank. Hij was een klinker die uittrilde door het niets. Het geluid botste op zich zelf en er ontstond een echo: de golven liepen door elkaar en er ontstond water en wind. Daarna begon de onderlinge inwerking van water en wind aan de vorming van de mistige schoot van de wereld.
In Genesis staat geschreven: ‘In de beginne was het woord.' Op dag 1 schiep God hemel en aarde. Heel de aarde was met aarde overdekt en alles was in duisternis gehuld. God zei: ‘Laat er licht zijn.' En er was licht. God scheidde het licht van de duisternis. Dag 2: God zei: ‘Laat er lucht boven wateren zijn.' Dag 3: land en zee, bloemen en planten. Dag 4: zon, maan en sterren. Dag 5: vissen en vogels. Dag 6: dieren en mens. Dag 7: God rustte, want zijn schepping was voltooid. En God zag dat het goed was.
Kringloop
Elke oorsprongsmythe verhaalt van een nieuwe situatie, waarna er altijd een verwoesting plaatsvindt, door natuurrampen, ziektes, monsters, oorlogen e.d. Die verwoesting (apocalyps) moet plaatsvinden voordat teruggekeerd kan worden naar de oorsprong. In de christelijke scheppingsmyhte kennen we bijvoorbeeld de allesverwoestende zondvloed, waaraan Noach ontkwam. Hij mocht van alle diersoorten een mannetje en vrouwtje meenemen, waarop de schepping opnieuw kon beginnen. In de Indische mythologie wordt dit verbeeld door Vishnu, de scheppersgod. Hij incarneert wel 10 keer en creëert daarmee telkens iets nieuws.
Mythen over kosmische catastrofen verhalen hoe de wereld werd vernietigd, met uitzondering van een klein aantal overlevenden. Zo'n einde van de wereld is dus niet definitief. Het betekende alleen maar het einde van een periode in de geschiedenis, gevolgd door een nieuwe periode. De Indiërs hebben daartoe de leer van de vier joega's of wereldtijdperken centraal gesteld. De kern van deze theorie is de kringloop van schepping en vernietiging van de wereld en het geloof in de ‘volmaaktheid van het begin'. Er is geen definitief einde, er zijn alleen perioden van verschillende lengte tussen de vernietiging van het ene heelal en de verschijning van het volgende. Het ‘einde' heeft in kosmische zin geen betekenis, het geldt alleen voor de toestand waarin de mens zich bevindt. De wereld blijft zich herscheppen, er is sprake van een eeuwige kringloop.
Apocalyps
In het joods-christelijke leer is er geen sprake van een kringloop, wel van een apocalyps. Het einde komt maar één keer, zoals ook de schepping maar één keer is gebeurd. De nieuwe kosmos, die na de catastrofe zal verschijnen, is dezelfde als die door God is geschapen, maar gereinigd en vernieuwd, in oorspronkelijke glorie hersteld. Dit aardse paradijs zal niet nog eens ten gronde gaan en zal geen einde hebben. In deze beschouwing is er geen kringloop van eeuwige wederkeer.
In het christendom komt er zelfs een nieuw element bij. Aan het einde der tijden zal er een scheiding worden gemaakt tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen, de mens wordt dan beoordeeld op zijn daden. De uitverkorenen zullen worden gered (hemel) en de gedoemden zullen naar de hel worden gestuurd.
Een ander verschil tussen deze joods-christelijke leer en de kosmische mythologieën is dat het einde van de wereld als een messiaans mysterie worden gezien. Voor de joden zal de komst van de Messias het einde van de wereld en het herstel van het paradijs aankondigen; voor de christenen zal het einde beginnen met de wederkomst van Christus en het laatste oordeel. Maar voor beide godsdiensten is er sprake van een herstel van het paradijs.
In zowel de joods-christelijke leer als de kosmische mythologieën is er echter altijd sprake van een breuk met het verleden. De oude wereld sterft opdat de nieuwe geboren kan worden. Als de nieuwe cyclus begint, wordt hij opgevoerd door nieuwe figuren in nieuwe situaties.
Voor de interpretatie van de Matrix-trilogie is het van belang dat we niet alleen op de hoogte zijn van de kringloopgedachte, de eeuwige wederkeer, maar ook van de lineaire opvatting, de rechte historische lijn van de schepping tot aan de dag van het Laatste Oordeel. In het lineaire tijdskader strekt de voortgang van de gebeurtenissen zich uit van het Begin tot het Eind (Everything that has a beginning has an end). Elke gebeurtenis is een nieuw feit op zich en geen enkele gebeurtenis kan zich precies zo herhalen. De mens schrijdt van tijdperk tot tijdperk voort en evolueert geleidelijk aan van eenvoudig naar complex, van onschuld naar wijsheid. Maar in dit schema is de mythische held ook uitermate alleen, afgesneden van elke diepere cyclische bodem van vernieuwing en wedergeboorte. Hij is omgeven door een heelal waarin alles onbeschreven en onbekend is en waar de enige vrijheid om geschiedenis te maken is dat hij zichzelf maakt.
Waarom is dit belangrijk? In de Matrix wordt namelijk enerzijds een wereld getoond die uitgaat van een cyclische kringloop; we zien dat er sprake is van een vierde Matrix en Neo is de zesde reïncarnatie. Anderzijds kan Neo niet terugvallen op een archetype van een cyclisch heldenmodel, maar moet hij zelf leren dat hij verantwoordelijk is voor zijn daden. Neo wordt losgekoppeld van de Matrix, is onwetend van de staat van zijn waarin hij verkeert, van de cycli die zich eerder hebben afgespeeld. Alles is voor hem onbeschreven en onbekend, hij moet er zelf achter zien te komen om vervolgens zijn eigen geschiedenis te maken. Hij moet dit ontdekken terwijl hij zijn queeste volbrengt en hij kan alleen een pad (the path) begaan dat nog nooit eerder betreden is. Het is zoals Morpheus hem zei: ‘I can only show you the door. You're the one that has to walk through it'. Neo is dus een lineaire held die moet handelen op een cyclisch en mythisch toneel.
Hemel,
limbo, hel
Het bestaan van de mens is onderworpen aan de onverbrekelijke polariteit van leven en dood. In de verhalen gaat de mens van de aarde naar de hemel/hel, van de aarde naar de onderwereld (Club Hel van de Merovingian en Persephone). Vaak moet hij daarvoor ook nog een tussenweg afleggen. Bij de Grieken wordt hij meegenomen door de schipper van de veerboot, Charon (Trainman) die hem over de rivier de Styx naar het dodenrijk voert.
Onderwerelden als een tijdelijk stadium waar de ziel doorheen moet om te worden gereinigd komen in het christendom voor als de Limbo (Mobil Avenue), het vagevuur, het voorportaal en in de hindoese mythologie als het rijk van Jama.
In beide gevallen (hemel of hel) is er sprake van een reis naar een volkomen onbekend gebied, een reis waarop even onbekende en bijgevolg ijzingwekkende struikelblokken en gevaren worden ontmoet. In de hel wachten de dode ziel eindeloze kwellingen en martelingen. De hel is de plaats van de demonen van het kwaad en de vernietiging. In de hemel wacht het paradijs. Vaak wordt de hemel verbeeld in lagen, waarvan de hoogste de opperste zaligheid van het zuivere licht vertegenwoordigt. In de boeddhistische uitbeelding van het ‘westelijke paradijs' genieten de verlosten bijvoorbeeld het eeuwige leven in eindeloos, schaduwloos licht.
Offer
en Opstanding
Alle volken hebben te allen tijde beseft dat de dood het enige definitieve aan het leven is. Al het andere kan door toevoegen of wegnemen worden veranderd, maar de dood vormt, evenals de geboorte en schepping, een grens waarvoor het menselijke verstand blijft stilstaan. Alleen de intuïtie, de hoop en het geloof dat er voorbij het leven nog iets moet zijn, kunnen het wagen verder te gaan.
Een van de eerste en meest toegepaste middelen die de mens heeft bedacht om de grens van de dood te overschrijden is de dood zelf geweest, middels de opoffering. Vaak is dat een vrijwillig offer, dat hetzij als bode naar de goden werd opgezonden, hetzij als prijs werd betaald voor een gunst die men van de goden hoopte te verwerven. Een andere vorm van opoffering is die van de Messias, de man die zich offert voor de bevrijding van zijn volk.
Geboorte, dood en wedergeboorte (opstanding) vormen de kringloop van het bestaan, zowel op aarde als in de toekomstige wereld. Het denkbeeld van de wederopstanding en terugkeer van de onvergelijkelijke held of de lang verwachte verlosser is een van de indrukwekkendste thema's in verband met de hoop van de mens op een leven na dit leven. De redder of verlosser is niet van deze wereld, is dus niet onderworpen aan het eenmaal sterven op aarde, maar stijgt in plaats daarvan ten hemel op om de mens de weg te wijzen. In het Verre Oosten wijst Amitabha als de Boeddha van de verlossing de weg naar het Nirvana. De opstanding van de ene kondigt de wedergeboorte van velen aan, die dan eveneens, verenigd met de oorsprong van alle dingen, het eeuwige leven deelachtig zullen zijn.
Bronnen:
Alexander Eliot, Mythen van de mensheid, 1977
Segius Golowin, Mircea Eliade, Joseph Cambell, De grote mythen van de wereld, 1999
THE
MATRIX
I. HET BEGIN VAN HET BEGIN: oorsprong
(naar
Harry Mulisch, De Ontdekking van de hemel)
Matrix III heeft niet voor niets de titel Revolutions meegekregen. Het is niet alleen de betekenis van de revolutionaire strijd van de mens tegen de machine, maar ook die van de ‘cirkel', de lijn die het begin van een cyclus met het einde ervan verbindt, de omwenteling, de kringloop.
Als er sprake is van een kringloop dan houdt dat in dat er niet alleen een ‘huidige realiteit' is maar dat er ook voorafgaande tijden zijn geweest. Dat geldt ook voor de Matrix-mythe. In film 1 wordt de voorgeschiedenis verteld, evenals in de Ani-Matrix. Welke oorsprong ligt er ten grondslag aan, welke kringloop is er aan de Matrix voorafgegaan?
1. Mens en machine
Aan het einde van de 20e eeuw (1999) heeft de mens via kunstmatige intelligentie hyperintelligente machines gecreëerd, die in uiterlijk sterk gelijken op de mens. Ze zijn dienstbaar, ondergeschikt en voeren de vervelende geestdodende klussen uit, waarin de mens al lang geen zin meer heeft om te doen. Mens en machine leven naast elkaar.
2. Machine tegen mens
Vanuit de drang, de wil (en de hoogmoed) een machine te maken die zo veel mogelijk menselijke eigenschappen heeft, ontwikkelt de mens een AI(artificial intelligence)-personage met nagenoeg een vrije wil. Die ‘onderdrukte' machine, de minderwaardige slaaf van de mens, komt op voor zijn ‘rechten' en geraakt in opstand tegen zijn ‘verwekker'. Gevolg: een oorlog tussen mens en machine.
Die oorlog wordt op het scherpst van de snede gevoerd: twee hyperintelligente wezens bevechten elkaar. De strijd is gelijkwaardig. In de hoop de strijd te beslechten, bedenkt de mens de atmosfeer te verduisteren, immers het zonlicht is de energieBron voor de machines. In die apocalyptische duisternis, die ook de hel voor het leven op aarde is, boekt de machine-god (the Source) een overwinning op de mens.
Ondanks het verdwijnen van het directe zonlicht vindt de machine-god een nieuwe voedingsbodem, een nieuwe energieBron: het gevangen genomen lichaam van de mens, met zijn natuurlijke warmte. Die lichamen worden opgeslagen in enorme krachtplanten (een soort eileiders), in een kunstmatige baarmoeder (een tweede betekenis van Matrix).
De Bron (AI), wordt dus als een scheppende god afgebeeld.
3. Mens tegen machine
De machinewereld creëert nu dus op zijn beurt zijn eigen vijand. En net als tijdens de suprematie van de mens over de machine het geval was, komt nu, maar dan omgekeerd, de mens in opstand tegen de louter technisch opererende AI-machines, zonder gevoel, inschattingsvermogen, liefde en keuzevrijheid.
4. Machine en mens
De mens heeft dus een vijand: de machine. Die machines vormen de bedreiging voor het leven. Daar moet tegen in opstand worden gekomen. Er moet een oorlog gaan plaatsvinden, een apocalyps, de strijd moet gewonnen worden op het scherpst van de snede. Daartoe is er de hulp nodig van een verlosser (wiens komst door een profeet is aangekondigd) en bovenal geloof en hoop. Het is m.a.w. tijd voor een nieuwe scheppingscyclus. Hiervoor hebben we de filmtrilogie nodig.
De scheppingscyclus uit de Matrix-trilogie bestaat uit de volgende drie fasen:
1. Creatie. Het moment van schepping vindt plaats in film I, de Matrix. Dat gebeurt pas aan het einde van de film;
2. Oplossing en inzicht ontstaan in film 2, Reloaded, en 3, Revolutions.
3. Offer en opstanding, in film 3.
II. HET EINDE VAN HET BEGIN: creatie
Eerst wil ik het hebben over het motief van de spiegel. Waarom draagt iedereen een zonnebril in de Matrix? Met name bij Neo, Morpheus en Trinity zien we brillenglazen die de buitenwereld reflecteren. Hebben de brillen een beschermfunctie? Vaak werd vroeger een spiegel gebruikt als talisman tegen het ‘Boze Oog', het symbool voor de vernietigende kracht. Waarom heeft Smith in film 1 een zonnebril op die niet reflecteert en vanaf het moment dat hij door Neo is geabsobeerd wel? Heeft hij het boze oog? Volgens mij zet hij die bril telkens even af als hij klaar is voor een confrontatie of een gevecht met Neo en ook op het einde als hij het Orakel absorbeert. Hoopt hij hiermee op het zg. Medusa-effect: het boze oog dat bij de aanblik ervan verlamt?
Ook is de spiegel het attribuut van de deugd Prudentia (voorzichtigheid) en symboliseert hij zelfkennis en wijsheid. Het oppervlak van de spiegel geeft gestalte aan het beeld van de ziel, het innerlijke en het verborgen ‘ik' van de mens. Het Orakel, wier ogen worden verlangd door de Merovingian, wijst Neo dan ook voortdurend op de tekst boven haar deur: ‘Temet Nosce'; Ken U zelf. In deel 1 wordt Neo overigens letterlijk de spiegel ingezogen. Hij heeft zojuist de rode pil geslikt: hem wordt duidelijk dat hij niet is wie hij denkt te zijn; hij zet zijn eerste schreden op het pad van de Zelfkennis.
Maar ook de andere geheimagenten hebben zonnebrillen op en de bodyguards van de Merovingian dragen er ook een. De zonnebril van het Orakel heeft lichtgekleurde glazen. Serpah, haar beschermengel draagt een klein zonnebrilletje. De Keymaker draagt echter een gewone glazen bril, zo'n wetenschappersbril uit de jaren vijftig.
Opvallend is ook dat wanneer Neo voor de allereerste keer de Matrix bezoekt nadat hij is unplugged door Morpheus, hij geen zonnebril draagt. In de auto zit hij met Morpheus, Trinity en Apoc: zij dragen wel zonnebrillen. Ook heeft hij dan nog geen eigen outfit; de strenge, lange, hooggesloten, zwarte jas komt pas in deel 2. Morpheus en Trinity hebben op dat moment wel een echte Matrix-outfit aan. Neo draagt een zwarte overhemd en een colbert. Pas in de allerlaatste scene in film 1 draagt Neo diepzwarte stoere kleding en een zonnebril. In de tussenliggende tijd heeft hij laten zien dat hij meer en meer in zich zelf ging geloven. Met de bevrijding van Morpheus en zijn terugkeer uit de dood en de daarmee gepaard gaande eliminatie van Smith heeft hij zijn grootse krachten laten zien. Dus is hij leerling–af en nu meester? Met zonnebril? In ieder geval is duidelijk dat zijn ‘residuale zelfbeeld' is veranderd. Van een wat onzekere studentikoze jongen wordt Neo een vechter, een commando als hij Morpheus bevrijdt en een imposante verschijning met een grote innerlijke kracht in de volgende films. ‘De mentale projectie van zijn digitale zelf' heeft zich enorm ontwikkeld, of om met Morpheus te spreken: ‘Your appearance now is what we call ‘residual self-image.' Al die reflecties in de Matrix (zonnebrillen, spiegels en autospiegels) wijzen op het thema dat alles zich spiegelt aan elkaar. Een spiegelbeeld is hetzelfde en toch anders.
De Architect, de Merovingian, Persephone, Rama-Kandra, Kamala, Sati, en de Trainman dragen geen bril. Het Orakel kunnen we ook daartoe rekenen; zij draagt heel even een bril, met heel licht gekleurde glazen, maar meestentijds heeft ze hem niet op. Neo draagt geen bril als hij in Limbo (Mobil Avenue) is. Neo zet zijn bril af als hij met het Orakel spreekt. Neo draagt geen bril als hij met de Architect spreekt. Zijn zij allemaal godheden, hoger in rang dan de gewone mensen, hogere programma's? Ze zijn in ieder geval wel allemaal in staat om de Matrix te veranderen.
Mijn vermoeden is dat het Orakel, de Architect en de Merovingian de ‘Machine World-Triniteit' vormen die rechtsreeks uit de Bron voortkomt. Zij zijn te duiden vanuit de antieke mythologie; het personage Persephone wijst daarop. Rama-Kandra, Kamala en Sati zijn de goden uit het hindoeïsme (hierop kom ik later terug).
Als de Architect Zeus is, de heerser van hemel en aarde, dan is de Merovingian, zijn broer Hades, de heerser over de onderwereld. Het Orakel is Demeter, de zwarte godin van de aarde, die aanbeden werd als de vruchtbaarheidsgodin, en de moeder van Persephone. Demeter is via haar naam verbonden aan de god van de aarde en de zee, Poseidon, die zowel schepper als vernietiger is. De Trainman is een mindere god, hij staat rechtstreeks onder het gezag van de Merovingian.
De Bron
We beginnen bij het begin van de schepping: de AI-scheppergod, de Bron (The Source), de god van de machines. Hij is een alleenheerser en staat boven alle machten, omdat hij ze in zich verenigt. We krijgen de Bron pas te zien in deel 3 wanneer Neo naar hem toe gaat om een deal met hem te sluiten voor vrede tussen mens en machine.
De Bron wordt vele malen genoemd, met name door het Orakel. Zij wijst Neo erop dat zijn weg uiteindelijk terugleidt naar de Bron. Neo kan echter niet meteen naar die Bron. Als een ware mythische held moet hij eerst een Weg afleggen, het Pad van het zelfinzicht begaan. Daartoe dient hij ook nog even in het voorportaal te verblijven, de plek tussen hemel en hel: de Limbo (Mobil Avenue). Want alleen via een tussengebied kun je de slag maken van geboorte naar dood naar wedergeboorte.
De Architect
De Architect is Zeus, de oppergod, de god van licht, vader van goden en mensen. Hij is de man van de ratio, de logica. Hij bepaalt wat er gebeurt, zowel met de Matrix als met Zion. Hij zet de breinen van de mensen in werking. De Architect is een machtig man.
In film 2 verneemt Neo van de Architect dat ook hij onderdeel uitmaakt van de Matrix, maar dan op een ander niveau: dat van het computerprogramma, dat in opstand mag komen, een verlosser mag zoeken én vinden, de Architect ontmoet, waarna alles gedeletet wordt, waardoor weer van voren af aan begonnen kan worden met het Matrix-spel. Dat is al 5x eerder gebeurd; Neo is de 6e verlosser (en Morpheus de zoveelste ‘gelover'). Wat waar leek, blijkt virtueel te zijn.
In de leader van film 1 krijgen we van deze overgang van de vijfde naar de zesde reïncarnatie al een vooruitspiegeling. Uit de cijfers en tekens die de code van de Matrix vormen, wordt ingezoomd op : 5 6, waarna het volgende verschijnt:
5 0 6. De krachten van de Bron (0) treden in werking om een volgend stadium in de schepping te gaan creëren. De spelers in het spel worden gepositioneerd. Ieder heeft zijn eigen rol. Elk programma zijn eigen doel.
De Architect bepaalt dus de Kringloop van de Matrix.
In zijn controlekamer stelt hij Neo voor de keuze: kies de linkerdeur en je gaat de strijd aan met alle krachten van de Matrix, met kans op vernietiging; kies je de rechterdeur dan kom je gewoon op een nieuw level. Je kiest vervolgens 23 menselijke gegadigden uit en het hele spel van Zion tegen de rest van de Matrix begint opnieuw.
Waarom dit cyclisch spel?
De Architect vertelt Neo dat hij al eens eerder een Matrix heeft gecreëerd, maar dat die te utopisch, te perfect was (Agent Smith vertelde het Neo overigens al in deel 1, maar de betekenis ervan drong toen nog niet echt tot Neo, en ons, door). Het was een virtueel paradijs, een utopie van de mensheid. Ongelukkigerwijs zijn de mensen niet gewend om in een paradijs te leven, de proefpersonen reageerden niet goed op zo'n wereld, dus werd de eerste Matrix afgebroken en vervangen door de tweede: dichter bij de echte wereld.
Maar ook deze tweede Matrix vertoonde gebreken en werkte onvoldoende. Een hulpprogramma dat ontwikkeld was om diverse aspecten van de menselijke psyche te onderzoeken, kwam met de volgende uitkomst: er was geen keuzemogelijkheid. De mensen (het menselijk brein) hadden behoefte om te kunnen kiezen. En wat bleek: zelfs in onbewuste toestand (in een kunstmatige baarmoeder) wilde het brein kiezen. En toen bleek dat 99% koos voor de Matrix, de Matrix accepteerde en verkoos in een virtuele wereld te leven, niet-wetende dat ze werden ‘gevoed' door machines. Het overgebleven percentage van 1% koos voor de andere optie: men koos voor een zg. vrije geest, die verbonden was aan de menselijke weerstand van de rebellen van Zion. Zion is dus door de Architect gecreëerd, gemaakt voor die breinen die los willen komen van de Matrix en die geloven in een vrije wil. Zion is speciaal voor hen gemaakt, opdat ze denken vrij te zijn en ervan overtuigd raken vandaaruit te kunnen strijden voor een vrije wereld.
In wezen hebben de machines hiermee dus een cyclus gecreëerd die nodig is voor hun eigen voortbestaan: voor de 5e keer is die cyclus al gespeeld. Zion wordt opgebouwd door hen die denken vrij te zijn en bevrijd te zijn van de Matrix. Het is voorbestemd dat hun strijd tegen de Matrix zich intensiveert, het is bedacht dat Zion een bedreiging voor de Matrix gaat vormen.
Daarom voorziet het programma in het opsporen van The One, wordt hij getraind en door het Orakel in de richting van de Bron gestuurd. The One kiest 23 mensen uit de Matrix om Zion weer op te bouwen en de cyclus begint opnieuw.
De Matrix moet dus telkens worden reloaded, totdat de Architect 100% van het menselijke brein kan bewegen de Matrix te accepteren. Zolang dat niet het geval is, moet deze cyclus zich blijven herhalen, anders crasht het hele systeem.
Neo komt door dit gesprek tot het inzicht dat hij wel eens niet de verlosser van de mensheid zou kunnen zijn, maar eerder een belemmerende factor in hun vrijheidsstrijd. Hij is door de Architect ingezet als een redder van de machines.
Het gesprek tussen Neo en de Architect ontwikkelt zich tot een interessante conversatie voor het begrijpen van de film. Er worden diverse aanwijzingen in gegeven.
Ten eerste de vraag of Neo nu wel of niet een mens is? De Architect zegt nadrukkelijk dat Neo ‘irrevocably human' is.
Ten tweede merkt de Architect op dat Neo duidelijk anders is dan zijn vijf voorgangers. Neo is de zesde versie van de verlosser, of beter gezegd: hij is de zesde incarnatie. De betekenis hiervan is: je bent onderdeel van een groter geheel dan je zelf.
Ten derde poneert de Architect het probleem van de Keuze. (‘The problem is choice'). Neo staat op dat moment voor een heel duidelijke keuze: de linker- of de rechterdeur.
Ten vierde: de Architect introduceert het begrip Hoop. Volgens de Architect is de Hoop de kern van het menselijk waandenken; ze is tegelijkertijd de Bron voor de grootste menselijke kracht en voor de grootste zwakte. Het lijkt erop of hij hiermee aan wil geven dat als Neo kiest voor de linkerdeur (de strijd aangaan met de Matrix die leidt tot vernietiging), hij dan vanuit een hoop kiest die voortkomt uit zwakte. Psychologisch betekent ‘rechts' dikwijls de kant van het bewustzijn, van ‘gelijk hebben', terwijl ‘links' het gebied van onaangepaste reacties aanduidt. Neo kiest niet voor de deur waarachter de machines de controle voeren. Hij kiest voor het ongewisse, maar o, zo menselijke pad.
Neo doorbreekt daardoor de cyclus.
Of niet?
Het
Orakel
Het Orakel is Demeter, de zwarte aardgodin, echtgenote van Poseidon, zuster van Zeus en moeder van Persephone. Demeter is via haar naam verbonden aan de god van de aarde en de zee, Poseidon, die zowel schepper als vernietiger is.
Samen met Persephone, haar dochter, was Demeter als moedergodin onderwerp van verering tijdens de antieken. In de Eleusinische mysteriën werd dit regelmatig sterven en weer herleven van de natuur het zinnebeeld van het meer verheven begrip der onsterfelijkheid van de ziel.
De Architect zorgt dus voor de programmeertaal waardoor een en ander kan plaatsvinden, uit het Orakel komt de dualiteit: goed tegenover kwaad, licht tegenover duister. Het Orakel ‘weet' dat beide dualiteiten moeten samensmelten om een Nieuw Begin te laten ontstaan. Zoals Demeter zorgt voor de seizoenen, het sterven en weer herleven van de natuur, zo is het Orakel ook een schepster en vernietigster. Ze is gecreëerd als onderdeel van het speeltje (maar wel een bloedserieus speeltje) van de Architect en een zeer oud en erg belangrijk programma. Zij moet immers de vermeende Ones naar de Bron leiden, waardoor een update van de Matrix kan ontstaan en dat allemaal om Machine World te doen voortbestaan. Dat is haar doel (purpose). Daarvoor heeft ze polariteiten nodig: Neo, het licht en Smith, het duister. Aan het einde van film 1 vindt daartoe de creatie plaats.
Neo's eerste ontmoeting met het Orakel geeft hem inzicht. Maar dat gebeurt niet zo maar. Het Orakel is een gids, geen toekomstvoorspeller. Als Neo er nog niet in gelooft dat hij een Verlosser is dan hoeft zij niet te zeggen dat hij het is. Bovendien is ze er zelf ook nog niet zo zeker van. Daarom doet ze hem bij wijze van uitzondering een voorspelling: ze voorspelt hem dat hij zal moeten kiezen tussen zijn leven of dat van Morpheus. Hiermee stelt ze Neo op de proef: kiest hij voor zich zelf dan weet ze dat hij zeker niet de eigenschappen bezit die een potentiële One moet hebben: de overgave en de mogelijkheid tot het maken van een keuze; kiest hij voor Morpheus dan is hij een ‘potential'. We weten inmiddels allemaal dat Neo Kiest voor Morpheus.
Maar daarmee is Neo er niet. Zoals Morpheus hem voorhield in het tainingsprogramma: ‘You have to let it all go, Neo. Fear, doubt and disbelief. Free Your Mind', zo gidst het Orakel Neo naar het pad van het zelfinzicht. Ze wijst hem op de Latijnse tekst boven de deuropening: ‘Temet Nosce', Ken Je Zelf. Met deze woorden opent ze de deur voor Neo. Hetzelfde heeft Morpheus hem even te voren gezegd: ‘I'm trying to free your mind, Neo. But I can only show you the door. You're the one that has to walk through it.' Via Zelfkennis moet Neo tot Zelfinzicht komen en pas als hij Weet dat hij de Ware is, kan hij hij hem ook Zijn. Daartoe zal hij Keuzes moeten gaan maken. Het Orakel gidst: ze geeft hem koekjes en snoepjes, bits van een programma, waarmee ze hem laadt. Daarmee brengt ze hem op het pad van het geloof in zich zelf en gaandeweg gelooft ook zij in Neo als the One; in film 2 zegt ze: ‘You've made a believer out of me.'
Hoe zit het dan met Smith? Ook hij is een programma dat is gecreëerd door de Architect. Hij is het prototype van een wezen dat kan handelen volgens oorzaak en gevolg. In het begin van film 1 vervult Smith nog zijn oorspronkelijke rol. Hij is door de Architect op pad gestuurd om de opstandelingen tegen de Matrix op te pakken, te intimideren en uit de weg te ruimen. Smith is de gevreesde geheimagent. In deze rol sluit hij aan bij de antieke figuur Hefaistos, de smid, de helper van Zeus (Architect) in zijn strijd tegen de Titanen. Hij is in staat unieke wapens en wapenuitrustingen te smeden, die hun bovenmenselijke bezitters de heerschappij over de aarde verzekeren.
Gedurende film 1 staan agent Smith en Neo tegenover elkaar, gelooft Neo meer en meer in zich zelf en ontdekt daardoor zijn immense krachten. Hij ‘ziet' letterlijk de computertaal waarmee Smith is gemaakt. In de strijd die daarop volgt sterven beiden, maar - en hier gebeurt het wonderlijke scheppingsproces - hun wedergeboorte is een feit. Neo krijgt via het Orakel (Trinity) een levenskus; Smith doet een herstart.
In film 2 komen we erachter dat het Smith-programma is hersteld, maar dat er een deel van Neo's ‘zijn' in Smith is achtergebleven, Neo's programma heeft dat van Smith gekraakt (‘progams hacking programs'). Vanaf dat moment verhinderen Neo's eigenschappen Smith om te doen waarvoor hij oorspronkelijk is geprogrammeerd. Daardoor ligt hij nu uit het systeem. Hij is geen agent meer. En degene die in de Matrix geen functie meer heeft, zo heeft het Orakel aan Neo verteld, wordt gedeletet. Smith weet zich dus overbodig en loopt de kans te worden gewist. Of hij moet onderduiken in de Matrix of hij moet terug naar de Bron om te worden gedeletet. Smith duikt onder. Smith wordt Neo's tegenwicht, zijn antipool.
Gedoemd tot een verbondenheid met Neo wordt hij in de Matrix gedreven door haat (zoals Neo wordt gevoed door de liefde, zo krijgt Smith dus zijn bits vanuit die andere menselijke eigenschap, de haat). Hij haat Neo, omdat hij zijn ‘doel' heeft weggenomen: ‘Het doel heeft ons geschapen. Het doel koppelt ons. Het doel bestuurt ons. Het doel leidt ons. Het doel begrenst ons. Het doel verbindt ons. We [de Smithsen] zijn hier dankzij u [Neo]. En we gaan u beroven van datgene waar u ons van heeft beroofd: een doel.'
Smith is gekluisterd aan Neo, hij is zijn tegenstander, zijn vijand. Naarmate Neo's krachten toenemen, zullen ook de codes van Smith veranderen. Ze zijn immers elkaars tegenstelling en houden elkaar daardoor in evenwicht. Beide tegenpolen zullen elkaar uiteindelijk moeten opheffen, dat is de bedoeling van het Zion/Matrix-spel van de Architect. Zich hiervan onbewust en zeker ongewild creëert Neo dus zijn eigen vijand, het programma dat hem zal blijven achtervolgen totdat hij is geëlimineerd. In een directe confrontatie in film 2 lukt dat bijna. Op dat moment absorbeert Smith Neo, maar die weet met ‘onmenselijke' krachten de absorptie (imprint) te weerstaan. Later zal hij over deze ervaring zeggen dat het voelde of hij ging sterven, een voorafspiegeling van wat hem in film 3 te wachten staat en wat hij dan zonder weerstand laat gebeuren.
Smith verkrijgt zijn krachten door zich als een virus te vermenigvuldigen onder de Matrix-programma's: hij absorbeert zich in iedereen die hij ziet, van zijn collega-agenten tot vrachtwagenchauffeurs, tot bemanningsleden van de schepen van de rebellen van Zion. Hij is dus nu een ‘virus' dat zelfs een bedreiging gaat vormen voor de hele Matrix, inclusief Machine World. Het ‘vreet' de andere bestanden op.
Persephone
In de Griekse mythologie wordt Persehone, met medeweten van Zeus, geschaakt door Hades, de god van de onderwereld. Wanhopig zocht Demeter (omhuld door een donkere sluier) naar haar dochter. Toen zij haar vond, mocht zij vrijkomen, want zonder haar dochter weigerde Demeter te zorgen voor de seizoenen en dus voor groei en vruchtbaarheid. Hades verleidt Persephone echter met het eten van de pitten van een granaatappel (vergelijk de appel van Eva) en daardoor was Persephone gedoemd in de onderwereld te blijven –wie immers in het dodenrijk iets tot zich nam, kon zich van dit domein niet meer losmaken. Er werd echter een compromis gesloten: eenmaal per jaar mocht Persephone naar de aarde om daar voor de wisseling van de seizoenen te zorgen: de herfst en winter tegenover de lente en de zomer.
Persephone zorgt dus voor de kringloop van de seizoenen.
Door haar huwelijk met Hades (Merovinginan) is Persephone de koningin van de Onderwereld (Club Hel). De twee persoonlijke bedienden (Caïn en Abel) van de Merovingian noemen haar ‘meesteres', haar gebruikelijke aanspreeknaam in de antieke verhalen. De vader van Persephone is Zeus (de Architect). In haar verschijning is zij de ‘dochter' van beiden: haar donkere zwarte haren en wat exotische uiterlijk verwijst naar het Orakel en haar witte kleding naar de Architect, die als enige, naast Persephone, in film 2 geheel in het wit is gekleed.
Als dochter van Demeter (Orakel) is Persephone zowel schepster als vernietigster, ze jaagt angst aan, maar is ook licht in het duister. In film 2 wil zij niet voor niets een intense zoen van Neo (waarbij Neo bij de eerste zoen, die Persephone afwijst, zijn bril ophoudt en bij de tweede ‘echte' zoen zijn bril afzet). Die tweede zoen moet een nieuwe lading van zijn programma zijn; nieuwe bits van het Orakel via haar ‘dochter' Persephone.
Merk op dat het stromende water in het herentoilet een teken zou kunnen zijn van de Matrix-code, die door deze kus wordt veranderd. Tijdens die zoen zie je ook tussen de twee monden een shot van het water. Codes worden veranderd, nieuwe bits worden toegevoegd. Een algemene betekenis van een zoen op de mond is overigens dat hiermee goddelijke kennis wordt doorgegeven. Het refereert naar het mythische geloof in de ‘magische' eigenschappen van adem. Zo blaast God Adam leven in en geneest Christus met zijn speeksel de blinden.
Overigens inspecteert het Orakel in film 1 ook Neo's mond en presenteert zij hem voortdurend koekjes en snoepjes; Demeter is de godin van de landbouw en het graan, van graan maken we meel, van meel bakken we koekjes, de ‘cookies' van het Orakel.
Via Persephone kan het Orakel Neo dus gidsen naar de Keymaker en via hem kan Neo naar de Architect, die hem zal inwijden in de waarheid van de Matrix en Zion. Persephone's gidsfunctie stopt overigens niet bij Neo. In Enter the Matrix gidst ze Niobe naar haar gevangen genomen vriend en gidst ze Gohst naar Niobe, om haar te redden.
De
Merovingian
De Merovingian kunnen we zien als Hades, zoon van Kronos en Rheia, de goddelijke heerser over het dodenrijk. De naam Hades betekent ‘onzichtbare', hetgeen met de functie van de god strookt. Alles wat hem betreft is geheimzinnig, evenals de ondoorgrondelijke diepte der aarde waaruit alles komt en waarnaar alles terugkeert.
Zeer verschillende voorstellingen hebben zich aan het wezen van deze god gehecht. Bij de oudere dichters is hij de onverzoenlijke vijand van alle leven, aan wie men niet zonder schrik en vrees denken kan, een echte god des doods, die van geen zoenoffer, geen genade horen wil, en dan ook slechts bij uitzondering door de mensen vereerd wordt. Maar in het volksgeloof vormde zich omtrent hem, evenals bij Persephone, een zachtere voorstelling. Nu trad de andere zijde van de god op de voorgrond: Hades staat aan de oorsprong van al het plantenleven dat hij uit de aarde te voorschijn laat komen. Bovendien komt er een onuitputtelijke rijkdom uit de diepte van de aarde, nl. alle edele metalen. Daarom is zijn andere naam ‘Pluto', de rijke. In hem komen dus dood en leven samen.
De Merovingian is een machtig, tot de verbeelding sprekend programma. Hij is ongrijpbaar, zo lijkt het. Hij is een ijdele god. Zijn toon is cynisch, met name als hij het over het Orakel heeft (‘the fortune teller'). Ze noemt hem op haar beurt een ‘oud programma' dat ‘zeer gevaarlijk' is. Ze kennen elkaar, zijn met elkaar verbonden in het cyclisch spel dat in de Matrix wordt gespeeld: de Merovingian houdt de Keymaker gevangen die Neo naar de Bron moet leiden. Hij is een ‘trafficker of information' (‘I know everything I can'). Hij weet dat Neo komt (‘Aha, here he is at last, Neo, the One himself right'); ongetwijfeld heeft hij ook een rol gespeeld in de eerdere Neo-reïncarnaties.
De Merovingian is zo gevaarlijk omdat er met hem niet te onderhandelen valt. Hij maakt de programma's, hij bepaalt de handelingen en gevoelens. Hij gaat voor de causaliteit: actie, reactie; oorzaak en gevolg. In zijn optiek is het maken van een keuze slechts voorbehouden aan degenen met macht, een programmeur zoals hij. Hij is de oorzaak van de gevolgen die hij wil laten bestaan. Het enige wat er dan overblijft voor degene die het allemaal moet ondergaan is een ‘gevoel', maar de waarheid is dat niemand ook maar enige controle heeft over wat hij doet (dat is nl. al door de Merovingian bepaald). De enige hoop die men kan koesteren is dat men dat snapt.
De Merovingian hunkert naar meer macht: hij wil de ogen van het Orakel, maar weet dat die slechts ‘geschonken' kunnen worden en nooit ‘veroverd'. De Merovingian beschikt over het boze oog, het Orakel over het innerlijk oog. Maar ook zij hebben elkaar nodig: zonder tegenstand is er geen vooruitgang. De Merovingian biedt die tegenstand, ook al was hij vroeger een andere man, zachter, meer als Neo, zo doet Persephone ons geloven.
Het zijn echter zijn ijdelheid en arrogantie die hem duur komen te staan: Persephone, hoe kan het anders, wordt zijn tegenstander; ze heeft er zo genoeg van (‘I'm so sick of his bullshit. On and on, pompous prick') dat ze rebelleert en Neo naar de Keymaker leidt.
Trainman
De Trainman is een programmeur, dus draagt geen bril. Hij is degene die heerst over de Limbo, het tussenstation Mobil Avenue, het overgangsgebied tussen de Matrix en Machine World. Hij is Charon, de veerman van de Styx, de overgangsrivier tussen de wereld van de levenden en de doden. De enige van wie hij bevelen aanneemt is zijn ‘oppergod' de Frenchman, de Merovingian, Hades. De Trainman is een grote ruige man, met gele tanden, onverzorgde haren en een ruige baard. Hij is slonzig gekleed en heeft een vervaarlijke blik in de ogen.
Door de dichter Vergilius werd Charon omschreven als een lelijk en afschrikwekkend wezen. Hij lag steeds met een boot aan de oever van het water, dat het schimmenrijk van alle zijden omringde, om de zielen van de gestorvenen, die hem door Hermes toegevoerd werden, op te nemen, en over de Styx, de Kokytos en de Acheron naar de overzijde te roeien, opdat zij door de poorten van de onderwereld in het eigenlijke dodenrijk zouden kunnen geraken. Deze norse veerman mocht geen levenden overzetten, indien hij daartoe geen volmacht van de goden verkregen had. Hij werd afgebeeld als een norse oude man, met een ruige baard en armoedige kleding.
Tot zover de oppergoden. Nu wil ik nog ingaan op andere verwijzingen naar de antieken.
Tot zover de oppergoden. Nu wil ik
nog ingaan op andere verwijzingen naar de antieken.
(M)orpheus
Over Morpheus als de Griekse god van de droom die Neo doet ontwaken en hem de ‘desert of the real' toont, is al veel geschreven. Hij ontmaskert de schijn van de werkelijkheid. Tenminste, in film 1. Uit het verhaal van de Architect in film 2 blijkt dat ook Morpheus een programma is dat zijn functie ontleent aan de optimaliseren van de Matrix.
Morpheus heeft een enorm charisma. Voor velen in Zion is hij een vaderfiguur. Als hij aan het einde van film 1 dusdanig verzwakt dreigt te raken door de marteling van Smith en het gevaar dreigt dat zijn brein de codes van het mainfraim van Zion aan Smith prijs zal geven, overweegt Tank, de operator, Morpheus te laten sterven, het behoud van Zion is immers een hoger doel dan het leven van de strijder. Als hij op het punt staat deze dramatische beslissing ten uitvoering te brengen, zegt hij: ‘Morpheus, you were more than a leader to us. You were a father.'
Laten we beginnen bij het begin.
Als we kennismaken met Neo ligt hij slapend met zijn hoofd op zijn armen voor zijn computer. We zien op het beeldscherm drie nieuwsberichten voorbijkomen. Als eerste is er het bericht over de rebellenleider Morpheus: ‘Morpheus eludes Police at Heathrow Airport', het is een verslag over de zoektocht van de Britse Geheime Dienst naar de terrorist Morpheus. Het tweede bericht is er een uit de Libanese krant AN-NAHAR, van oorsprong een verzetskrant tegen het Franse kolonialisme in Libanon, later een belangrijk onafhankelijk medium dat zich verzet tegen welke overheersing dan ook. Van het derde bericht uit een Amerikaanse krant kunnen we een gedeelte van de kop lezen: ‘…the manhunt underway'. Het zijn flarden van de zoektocht op internet van Neo naar Morpheus, het onderwerp van zijn fascinatie.
Morpheus wordt gezocht omdat hij breinen die twijfelen aan de Matrix, kan loskoppelen. Hij is een gevaar, want daardoor stimuleert hij het verzet tegen de Matrix. Tijdens het verhoor in film 1 bijt Smith Neo dan ook toe dat Morpheus door vele autoriteiten wordt beschouwd als de ‘most dangerous man alive'.
De kop ‘The manhunt underway' is hier overigens niet alleen van toepassing op de achtervolging van Morpheus, maar ook de jacht op Neo is ingezet; agenten en rebellen zitten dicht op zijn huid.
Neo's eerste telefoongesprek met Morpheus is interessant. In zijn kantoor wordt hem een pakketje afgeleverd met daarin een mobiele telefoon. Op het moment dat Neo de telefoon in handen neemt, gaat hij af.
‘Hallo Neo. Weet je met wie je spreekt?'
‘Morpheus'
‘Ik weet niet of je al zo ver bent, maar we hebben nu geen tijd meer.'
Neo weet meteen dat hij Morpheus aan de lijn heeft. Even later komen we te weten dat Morpheus zijn hele leven al naar Neo heeft gezocht. Morpheus, die toegang heeft tot de netwerken (de highways), weet op zijn beurt dat Neo naar hem op zoek is. Zo komt hij überhaupt de opstandelingen op het spoor en kan hij ze bevrijden.
Trinity brengt Neo naar Morpheus. Wanneer Neo Morpheus ontmoet, is er meteen het respect van de zoeker die heeft gevonden:
N.: ‘It's an honour to meet you.'
M.: ‘No the honour is mine.'
Dit is exact dezelfde scene als bij het afscheid in film 3. Het enige verschil is de werkwoordsvorm: in film 1 is het tegenwoordige tijd, in film 3, als beiden weten dat het afscheid definitief zal zijn, verleden tijd.
N.: ‘It was an honour, sir.'
M.: ‘No, the honour's still mine.'
Hoe Morpheus ooit is losgekoppeld, weten we niet. Als we het verhaal van de Architect moeten geloven dat een One al vijf keer eerder de keuze heeft gemaakt Zion te vernietigen en met 23 mensen terug te keren om weer een nieuwe gemeenschap te vormen, dan is Morpheus wellicht een van die 23 en heeft hij zich ontwikkeld tot een belangrijk charismatisch rebellenleider. Vast staat wel dat hij niet geboren is in Zion, hij kan nl. in de Matrix ingeplugd worden.
Morpheus doet veslag van de geschiedenis van Zion: toen de Matrix voor het eerst werd gebouwd was daarin een man die de mogelijkheid had dingen te veranderen die hij wilde om de Matrix te vormen zoals hij het goed achtte. Hij was het die de eerste menselijke breinen bevrijdde (‘it was he who freed the first of us') en hen de waarheid onderwees: zolang de Matrix bestaat zal het menselijk ras nooit vrij zijn. Nadat hij stierf verkondigde het Orakel zijn wederkeer en voorspelde ze dat zijn terugkomst een einde zou maken aan de oorlog tussen mens en machine. Naar hem zijn Morpheus c.s. (‘those of us') hun leven lang op zoek. Het Orakel helpt hen daarbij;
M.: ‘She's very old. She's been with us since the beginning.'
N.: ‘The beginning?'
M.: ‘Of the resistance.'
Morpheus stamt niet uit de eerste Matrix, maar hij heeft wel diverse zoektochten meegemaakt naar een One, maar nu –in deze zesde reïncarnatie- is er een hoofdrol voor hem weggelegd. Het Orakel heeft het hem voorspeld: hij zal de One herkennen en vinden. Morpheus' enige doel is de vrijheid voor Zion. Hij gelooft in Neo.
Orpheus
Neo raakt in film 1 hevig in de war door alles wat hij meemaakt: unplugged van de Matrix, een uitverkorene te zijn, zijn ontmoeting met het Orakel. Neo heeft dus meer informatie nodig, hij moet de achtergronden weten.
Morpheus licht hem, beetje bij beetje, in.
M.: ‘It is the world that has been pulled over your eyes to blind you from the truth.'
N.: ‘What truth?'
M.: ‘That you are a slave. Like everyone else you were born into bondage, born into a prison that you cannot smell or taste or touch. A prison for your mind. Unfortunately no one can be told what the Matrix is. You have to see it for yourself.'
Deze woorden van opgesloten zitten in een gevangenis, het onderworpen zijn, slaaf zijn van een systeem, het ontbreken van een keuzemogelijkheid sluiten aan bij de Dionysisch-Orphische mysteriën uit ongeveer 400 voor Christus. De orfische leer stamt af van de dichter-profeet en Apollo-priester Orpheus. De legende wil in hem de schepper zien van vooral een nieuwe heilsleer, die later zeker van grote invloed is geweest op het jonge christendom. In de orfische leer vinden we de belangrijkste thema's van de Matrix-trilogie terug: creatie, kringloop en wedergeboorte, de tweeslachtige natuur van de mens, zelfkennis en verlossing. In deze leer komt ook voor het eerst het probleem naar voren van het tragische verband tussen lichaam en geest, tussen goed en kwaad, zonde en goddelijkheid.
In de orfische mysteriën was de voornaamste godheid Dionysos-Zagreus. Deze godheid, óf de zoon van Zeus en Demeter (Architect, Orakel) genoemd, óf gesproten uit de verbintenis van Zeus met zijn eigen dochter Persephone, is volgens de orphici de lieveling van zijn vader en door hem aangewezen om het heelal te beheersen. Daarom maakte Zeus hem tot koning en gaf hem, reeds toen hij jong was, meer eerbewijzen dan aan de andere goden.
Maar Hera, die al de zonen van Zeus die niet de hare waren, met een boosaardige haat vervolgde, zond de Titanen op het kind af, na hen bevolen te hebben hun gelaat door het met krijt te besmeren onkenbaar te maken. De Titanen verscheurden zijn lichaam en verslonden het. Slechts zijn hart werd gered door Athena, die het teruggaf aan Zeus.
Twee van elkaar afwijkende sagen verhalen dat óf Zeus zelf dit hart heeft verslonden óf, dat hij het aan Semele, de moeder van Dionysos, gegeven heeft. Of uit Zeus zelf, óf door zijn toedoen wordt dan de jongere Dionysos geboren, die de koning, de bevrijder, het heil der wereld wezen zou. In ieder geval wordt Dionysius-Zagreus weer tot nieuw goddelijk leven herboren.
De Titanen echter, die Zagreus hadden verscheurd, werden door de bliksem van Zeus zodanig getroffen, dat zij tot as verbrandden. Uit die as nu, die met het bloed van Zagreus vermengd was, zijn de mensen gevormd. En juist daaruit laat zich het menselijk karakter verklaren. De lust tot het kwade, die ieder mens met zich meedraagt, vindt zijn oorsprong in de as der Titanen; de neiging om goed te doen spruit voort uit het onder die as gemengde bloed van Zagreus.
Kortom, de tweestrijd tussen goed en kwaad, die in elk menselijk gemoed heerst, wordt symbolisch voorgesteld door de vermenging van wat titanisch, d.i. woest en ruw, en wat Dionysisch is, d.i. goed, zuiver en rein. Dat de orfische leer nauw verbonden was met de dionysische riten moge hieruit duidelijk worden.
In de orfische leer ligt de nadruk dus op het dualisme in het menselijk wezen, de onverzoenbare tegenstelling tussen goed en kwaad, tussen stof en geest. Het titanische manifesteert zich in het lichamelijke en het dionysische in het geestelijke. De titanische natuur is er de oorzaak van dat de mens nimmer het paradijs zal bereiken. Van die straf kan de mens weliswaar niet door de dood worden bevrijd, maar hij is niet gedoemd geketend te zijn in deze tegenstellingen, opgesloten te zijn in zijn lichaam als in een gevangenis. Er is een weg naar spirituele verlossing: de mens kan zich bevrijden van de materie door zuivering van lichaam en ziel.
Om die zuivere staat van ‘zijn' te bereiken moest de orfische mens een streng ascetisch leven leiden (ik denk meteen aan de scenes aan boord van de Nebukadnezzar, de sobere inrichting en kleding, de blurb die weliswaar alle eiwitten bevat, maar weinig uitnodigt tot smakelijk eten). En dat niet alleen gedurende het ene leven, maar gedurende drie levens. Tot drie maal moest de mens na zijn dood een ander omhulsel, lichaam, aannemen, een rein en deugdzaam leven leiden, waarna hem de verlossing wachtte. In deze leer is de mens dus zelf heer en meester over zijn eigen lot. Afhankelijk van zijn wil en keuzes zal hij de staat van verlichting kunnen bereiken.
Ondanks de roep om een streng ascetische levenswijze is deze leer nauw verbonden met de dionysische. Enerzijds is er de orfische afwijzing van het lichamelijke, anderzijds is er de dionysische extatische verering. Extase moet hier vooral worden opgevat in de betekenis van ‘uittreden'. Pas als de ziel uit het lichaam was getreden zou zij haar ware natuur bereiken: de dionysische, die goed, zuiver en rein is. Bij de mythische feesten sloeg men de wijn dan ook niet af; de wijn was immers het vergoten bloed van Dionyos-Zagreus. Door het drinken van de wijn trad men in een onmiddellijke verbinding met die godheid, wier erbarmen en hulp men het meest nodig had om uit de onreine staat te worden gered.
De orfische erfenis luidt dan ook: de sleutel van het leven is Eros, de gelouterde liefde der ziel. De ziel is onsterfelijk, maar door de titaanse zonde aan het lichaam geketend; zij leeft in verbanning en is van schuldbewustzijn vervuld, maar verlangt en streeft naar verlossing. Eenmaal verlost wacht de overledene een verblijf in de Elysische velden, het Elysium, het paradijs.
Morpheus gelooft dat de geketende mens zal worden verlost uit de Matrix. De orfische mens (Neo) zal zich dus kunnen bevrijden uit het titanische lichaam (Smith) waarin hij opgesloten zit. Voordat een overledene echter gereïncarneerd kon worden in een ander lichaam (Neo Õ Sati) moest hij een sacramentele zuivering ondergaan in de onderwereld (Merovingian). En nu zijn we weer terug bij Morpheus, Neo, Smith, de Merovingian en Persephone.
Morpheus ontdekt Neo als the One. Neo bevindt zich in de derde Matrix, hij is de zesde reïncarnatie. Samen met Morpheus daalt hij af naar de onderwereld van de Merovingian waar Persephone hem naar de Keymaker leidt. Neo wordt gedreven door ‘liefde' (Eros, de onweerstaanbare invloed die verantwoordelijk is voor het scheppen van harmonie en orde – nodig voor de voltooiing van de wereld – uit de botsende elementen van de chaos). De liefde loutert Neo. Na een ultieme zelfopoffering, een uittreding uit zijn lichaam, een volledig loslaten van het eigen Zijn, wacht Neo dan ook in film 3 het Elysium. Zijn ego is ondergeschikt gemaakt aan het grotere geheel en daarmee wordt zijn ziel onsterfelijk.
Nauw verbonden aan de orfische leer zijn de extatische dionysische riten; juist door extase raakt men los van de ketens van het lichaam. Door extase treedt men uit het aardse besef, vangt men een glimp op van de totale bevrijding. Tijdens de ‘rave' in film 2, waarin de inwoners van Zion zijn samengekomen in de tempel, spreekt Morpheus hen toe. Hij vertelt hen van het naderende gevaar, de aanval van de sentinels en roept hen op van zich te laten horen. Het is de bedoeling dat de inwoners van Zion laten voelen dat ze in alles mens zijn. Morpheus moedigt hen aan hun aanwezigheid kenbaar te maken: ‘from the red core to the black sky', van de rode kelder (Club Hel), waar het animale extatische heerst, tot de verduisterde de hemel (Machine City). De inwoners van Zion gaan vervolgens op in een extatische dans, waarmee zij laten zien dat zij ‘irrevocubaly human' zijn, ze beleven hun menselijkheid door Eros.
Maar we kennen Orpheus natuurlijk vooral als de zanger die naar de onderwereld afdaalt om zijn geliefde Eurydike te bevrijden. Na haar voor de eerste keer te hebben verloren, verliest hij haar voor een tweede maal, door naar haar om te kijken, daarmee het gebod van Hades negerend.
Morpheus daalt tot wel tot twee keer toe af in de onderwereld (Club Hel), net als in de mythe, en keert daaruit ook weer terug, maar dat gaat niet van een leien dakje. De eerste keer bezoekt hij de Merovingian in gezelschap van Neo en Trinity, op zoek naar de Keymaker. Zijn gevecht op Highway 101 staat iedere kijker nog in het geheugen gegrift. Neo zal hem redden van deze ‘suicide road'. De tweede keer, in flm 3, daalt hij af in het gezelschap van Seraph en Trinity in opdracht van het Orakel, met als doel Neo te bevrijden uit Mobil Avenue (limbo). Het lijkt gevaarlijk te worden, maar door de ingreep van Trinity -ze zet het pistool tegen het hoofd van de Merovingian- komt hij nu makkelijker weg.
In de film verliest Morpheus zijn geliefde Niobe een maal. Nadat hij het Orakel had bezocht, werd alles anders tussen die twee, zo fluistert Trinity Neo in. Hij verliest haar echter niet voor een tweede keer, maar wint haar terug. In film 3 kiest Niobe voor Neo. Haar scepsis ten opzichte van het Orakel is ze niet kwijt, ze gelooft niet in het Orakel, maar wel in Neo. Ze stelt haar schip, de Logos, ter beschikking aan Neo en Trinity. Zelf stuurt ze met het vakmanschap van een ware argonaut en met de hulp van Morpheus hun schip door een mechanische tunnel om net op tijd een EMP af te vuren die een eerste vernietigingsaanval van de sentinels afstopt. Die tocht brengt haar weer dichter bij Morpheus. Neo's offer, waardoor de aanvallen op Zion ophouden, voert haar definitief terug in de armen van Morpheus.
Niobe is overigens ook aan het Orakel en de Architect verbonden. Zij is de eerste sterfelijke vrouw met wie Zeus gemeenschap had en een van de bijnamen van Demeter is Chloris, de groene(!), de brenger van het fruit, zij die de schuur vult, de brenger van seizoenen. Chloris is de dochter van Niobe.
Seraph
Seraph, de beschermer van het Orakel, wordt door de Merovingian begroet als de verloren zoon, ditmaal zonder vleugels. Vanuit de Griekse mythologie kan Seraph worden beschouwd als Hermes, de bekwame en – dankzij de vleugels aan reishoed en schoeisel – snelle boodschapper van de goden. Hij is de overbrenger van de wil van de goden en is in de rol van intermediair tussen goden en mensen van alle goden de mensen het meest nabij: heraut van de goden, de mensen een gids (vanuit de apocriefe engelenliteratuur is Seraph een serafijn (‘L'ange sans ailes'), ik kom hierop terug). Seraph beschermt het Orakel en ontfermt zich over Sati. Hij zoekt contact met Neo en begeleidt hem naar het Orakel. Ook gidst hij Morpheus en Trinity door met hen af te dalen naar de onderwereld van de Merovingian. Deze laatste functie komt overeen met die van Hermes als zielenbegeleider (psychopompos): hij voert de overledenen naar de Hades.
De poorten van de onderwereld werden bewaakt door Kerberos, de hellehond. Alle schimmen die het rijk van Hades betraden, liet hij kwispelstaartend binnen, maar hij gedoogde niet dat iemand de onderwereld verliet. Daarom was het bedwingen van Kerberos voor hen, die levend in de onderwereld afdaalden, het moeilijkste deel van hun taak. Wie de staf (caduceus) van Hermes had, kon daarmee echter de hellehond verslaan. Seraph wordt door de uitsmijters van Club Hel al van verre herkend: ‘Holy shit, It's Wingless'. ‘I get it. You must be ready to die.' Wanneer het garderobemeisje Seraph ontwaart, vlucht ze onder de kreet “Oh, my God', de lift in. Hierna vindt een heftige schietpartij plaats tussen het bewakingspersoneel en Seraph, Morpheus en Trinity. Ze komen voor de tweede keer in de club van de Merovingian en er ook weer uit.
Seraph vervult als Hermes echter nog een heel belangrijke symbolische functie, nl. die van de transcendentie. Neo is de zesde reïncarnatie van de One en symboliseert daarmee de overgangsperioden in het leven van de mens. Seraph is als Hermes een afspiegeling daarvan. In Seraph spiegelt zich Neo's transcendentie.
C.G. Jung heeft erop gewezen dat de mens de behoefte heeft zich te bevrijden uit iedere levenssituatie die te onrijp, te onvolkomen of te star is. De mens wil uitgroeien boven dat levenspatroon dat hem op zijn weg naar een hogere of rijpere fase in zijn ontwikkeling te grote beperkingen oplegt. Daartoe vindt er een vereniging plaats van het bewustzijn met de inhouden van het onbewuste. Uit deze vereniging ontstaat dat, wat Jung ‘de transcendente functie van de psyche' noemt. Hierdoor kan de mens zijn hoogste doel bereiken, nl. de volledige bewustwordng van het potentieel van zijn individuele zelf.
‘Your appearance now is what we call ‘residual self-image'. It is the mental projection of your digital self', zo introduceert Morpheus Neo's verschijning in de Matrix. We weten inmiddels hoe dat zelfbeeld van Neo zich ontwikkelt in de film. Van een jongen die verzucht ‘I'm nobody', tot de verbetenheid van ‘My name is Neo' en de zelfverzekerdheid van ‘Because I choose to', tot het offer. Neo transcendeert, hij bereikt zijn hoogste doel, een volledige bewustwording van het potentieel van zijn individuele zelf. Hij maakt ruimte voor een nieuwe fase in het zijn van de mens/machine: die van Sati, van liefde.
‘Transcendentie-symbolen' zijn symbolen die het streven van de mens naar dit doel voorstellen. Zij verschaffen de middelen waardoor de inhouden van het onbewuste in het bewustzijn kunnen komen. Het meest algemene transcendentiesymbool is misschien wel de slang – en nu zijn we weer bij Seraph. De ineengestrengelde slangen aan het einde van de staf van Hermes (caduceus) staan, samen met die staf, symbool voor bevrijding en genezing van de bekende in de onbekende wereld.
In Egypte was Hermes oorspronkelijk bekend als de god Thot met de ibiskop. Daarom werd hij beschouwd als de vogel-vorm van het principe van de transcendentie. In de Griekse mythologie kreeg Hermes deze attributen van het vogelleven als toevoeging aan zijn chtonische aard als slang. Zijn staf kreeg vleugels boven slangen en werd zo de caduceus of gevleugelde staf van Hermes. De god zelf werd een ‘vliegende' man met zijn gevleugelde hoed en sandalen. In Hermes (Seraph) zien we dus de volledige kracht van de transcendentie, waarbij de lagere transcendentie van het onderwereld-slangenbewustzijn (Club Hel, Merovingian), via het medium van de aardse werkelijkheid, ten slotte de transcendentie naar de bovenmensenlijke, transpersonale werkelijkheid bereikt (het moment tijdens de Super Burly Brawl) en zich hierbij als een vogel in zijn vlucht boven de aardse werkelijkheid verheft.
Bron: De mens en zijn symbolen, met bijdragen van C.G. Jung e.a., 2000.
Twins
De tweeling die in film 2 zo nadrukkelijk aanwezig is als directe helpers van de Merovingian is de Griekse tweeling Hypnos en Thanatos. Hypnos is de god van de slaap, een zoon van Nyx (de Nacht) en een tweelingbroeder van Thanatos (de Dood). Zijn woning is in de onderwereld. Hij is een der machtigste goden, want voor zijn macht buigen zich niet alleen de stervelingen, maar ook alle goden. Hij had vier kinderen Morpheus(!), Ikelos, Phobetor en Phantasos.
Thanatos (thanatus) is een personificatie van de Dood, de enige god, die alles haat, zelfs de goden, en ook de enige god, die geen geschenken aanneemt en geen altaar heeft. Als priester van de onderwereld komt hij tot de stervenden en snijdt hun een haarlok af. Thanatos is eigenlijk een deel van het wezen van Hades, waaraan men pas later een afzonderlijke persoonlijkheid heeft toegekend.
III. HET BEGIN VAN HET EINDE: kennis en inzicht
Ik ga hier kort op in; in de hoofdstukken over het Parzival-motief en het alchemistische principe kom ik er uitgebreider op terug.
In Genesis lezen we dat God de zevende dag tevreden was over zijn schepping. Ook Adam en Eva leefden tevreden tot ze op een dag door de slang werden verleid de appel van de boom der kennis te eten, de enige vrucht die God hen verboden had. Daarmee waren Adam en Eva ongehoorzaam, de wil om te weten was blijkbaar dringend aanwezig en waard genoeg om het risico te nemen van de verboden vrucht te eten. Adam en Eva worden daarop uit het paradijs verdreven en hun levenspad opgedreven. De rust van het niet-weten (paradijs) maakt plaats voor de onrust van het zoeken naar antwoorden (‘Temet nosce'). Dit verhaal staat symbool voor de drang van de mens naar kennis en inzicht.
Kennis en inzicht. Twee sleutelbegrippen die de Weg van Neo markeren. Het pad begint in film 1, wanneer Neo bij Adamstreet Bridge ertoe besluit bij Trinity in de auto te stappen (‘You have been down there, Neo. You know that road. You know exactly where it ends. And I know that's where you not wanna be'), kiest voor de rode pil.
De keuze voor de rode pil leidt ertoe dat Neo beseft dat hij in een schijnwerkelijkheid heeft geleefd. Maar als je eenmaal die rode pil hebt geslikt dan ben je er niet: je bent je bewust van de illusie, maar de chaos en verwarring is daarmee niet verdwenen, juist het tegenovergestelde gebeurt: de chaos is vanaf dat moment zelfs uitvergroot aanwezig. Neo is in film 1 in de war: hem wordt gezegd dat hij de uitverkorene is, maar hij kan zich daarbij weinig of niets voorstellen. Gaandeweg deel 1 ‘gelooft' Neo meer en meer in zijn uitzonderlijke positie, maar of hij een verlosser zal zijn, daarvan is hij niet zeker. Dat kan ook niet, daarvoor heeft hij een lange weg te gaan. Neo zal nog veel moeten begrijpen en leren voordat hij in staat is het evenwicht tussen de Machine World, Matrix en Zion te herstellen.
Wanneer Neo voor het eerst het Orakel bezoekt, wordt hij in een antichambre binnengelaten. Daar zitten jonge kinderen, andere ‘potentials'. De televisie staat aan en vertoont beelden van huppende konijnen. Even tevoren hebben we de beroemde scene gehad met ‘Follow the white rabbit'. Het konijn is niet alleen een verwijzing naar Alice in Wonderland, maar ook naar een oersymbool van zelfkennis en verlichting, een van de belangrijke thema's van de Matrixtrilogie.
Het hazensymbool blijkt meer dan dertig eeuwen onder de mensen in de meest verspreide delen der aarde te hebben geleefd (in de mythologieën worden het verschil tussen het konijn en de haas niet of nauwelijks opgemerkt). De haas draagt het stempel van het eeuwig vruchtbare, zowel vrouwelijk ontvangend als mannelijk scheppend. Hij staat voor de Geest, de innerlijke groei, de ontwikkeling van het zelfbewustzijn. De haas is ook symbool van Eros, ze worden vaak samen afgebeeld. Eros splitst zich in een zinnelijke en spirituele liefde, de laatste wordt verbeeld door de haas. ‘Follow the white rabbit' wijst ons dus op het bekende motief van de dualiteit en het andere belangrijke thema van de film, Eros, de liefde, waarop ik in het volgende hoofdstuk terugkom.
Het motief van offer en opstanding zien we ook gesymboliseerd in de haas. In het christendom is de paashaas verbonden met de opstanding van Jezus Christus. In de lente bloeit, na de schijndood van de winter, de natuur weer op: vruchtbaarheid, eeuwig leven en opstanding zijn innerlijk verbonden. In de beeldentaal van de Rozenkruizers wordt met de witte haas de Ik-kracht van Christus uitgedrukt, die sluimert in het kind, drager zal worden van medelijden en liefde voor de gehele mensheid, en de verlossing zal brengen van de belagingen van de tegenmachten. Dit laatste doet mij meteen aan Neo en Sati denken. Neo offert zich, daartoe dient een enorme Ik-kracht ontwikkeld te worden. Sati is in het hindoeïsme de godin van de liefde en opoffering. In de film is in Sati, het meisje, die Ik-kracht aanwezig. Zij is het symbool van het nieuwe tijdperk, de Liefde heeft haar gebracht, de Liefde zal zij uitdragen en daarmee eindigt de vijandschap tussen mens en machine.
Temet Nosce
‘Ken U Zelf', is de kernspreuk van de Matrix-trilogie. Ze verwijst naar het patroon van de psychische groei. C.J. Jung introduceert het begrip ‘Zelf' als het innerlijk centrum in de mens, de totaliteit van de gehele psyche (om het te onderscheiden van het ‘ego', dat slechts een klein onderdeel van de totale psyche vormt). Het Zelf is een innerlijke, leidende factor die een voortdurende uitbreiding en rijping van de persoonlijkheid tot stand brengt.
Hoe ver het zich ontwikkelt hangt ervanaf of het Ik bereid is te luisteren naar de boodschappen van het Zelf of niet. Het ego dient ervoor om te helpen de totaliteit – de gehele psyche – tot werkelijkheid te maken: als het Ik zich nergens van bewust is, zal er niets gebeuren. Zolang het Ik van Neo (ego) zich niet bewust wordt van zijn gehele psyche - de krachten van de One - zal er niets met die krachten gebeuren, zal hij ze niet ten volle kunnen inzetten.
Jung beweert dat deze psychische groei niet teweeggebracht kan worden door een bewuste inspanning van de wilskracht, maar onwillekeurig en natuurlijk plaatsvindt. Het Ik moet loskomen van alle voorbedachte en gewenste doelen, pas dan is de mens in staat zijn volledige Zelf te laten werken en te komen tot innerlijke groei van de persoonlijkheid.
Veel mythen en sprookjes beschrijven de beginfase van het individuatieproces symbolisch door te vertellen van een zieke koning, dat een monster een land bedreigt of dat er duisternis over een land heerst. In de Matrix is dit laatste het geval. De beginfase wordt gekenmerkt door oorlog en chaos, mens en machine zijn elkaars vijand, de aarde is verduisterd. De eerste ontmoeting met het Zelf wordt omgeven door een donkere schaduw.
In mythen is er altijd een speciaal ding dat het kwaad moet verdrijven. Het is altijd uniek en moeilijk te vinden: Morpheus zoekt al zijn hele leven naar Neo. In de begin-crisis van de enkeling gaat het er precies hetzelfde aan toe: men zoekt iets, maar men weet niet wat het is waarnaar men zoekt en waar men het moet vinden. Er is op dat moment maar een ding wat men kan doen: zich wenden tot die duisternis en proberen uit te vinden wat haar geheime doel is: Neo slikt de rode pil.
In de tweede fase is men in staat tot wat Jung noemt ‘het realiseren van de schaduw', men krijgt oog voor onbekende of weinig bekende eigenschappen en kwaliteiten van het ego. De Merovingian en zijn kornuit de Trainman zouden in de film symbool kunnen staan voor deze schaduwzijde. Met name de Merovingian symboliseert de drift ‘macht', die hij reeds bezit en die door Neo nog gewonnen, maar ook overwonnen moet worden. In die zin staat Club Hel symbool voor de onderwereld als afdaling in het onbewuste. Neo staat aan het begin, hij is een veel minder machtig programma dan de Merovingian. Zijn macht zal moeten toenemen, zijn kwaliteiten zullen moeten worden aangeboord, geïnitieerd vanuit het onbewuste. De schaduw die Merovingian heet, mag geen vijand meer zijn, maar moet de schaduw worden van een overwonnen tegenstander. Daardoor groeit het Zelf van Neo. We zien dit gebeuren in film 2 tijdens de vechtscene in de hal van het kasteel van de Merovingian. Neo verslaat zijn bodyguards en daarmee de Merovingian: ‘Damn it, you will be the end of me. Mark my words, boy, and mark them well. I have survived your predecessors and I will survive you!'. Praatjes: de morele overwinnaar is Neo. De Merovingian rest niet veel anders dan een losprijs op zijn hoofd te zetten, maar ook daarin delft hij het onderspit. Trinity zet in film 3 de loop van haar pistool tegen zijn slaap: ‘Time's up. What's it gonna be, Merv.?'
Naast de ‘schaduw' is er sprake van nog een andere innerlijke figuur, die van de anima, een personificatie van alle vrouwelijke tendenties in de psyche van de man, waaronder profetische intuïties, ontvankelijkheid voor het irrationele en het vermogen tot persoonlijke liefde. De anima is de verbinding tussen het onbewuste en bewuste. Vaak wordt de anima gepersonifieerd door het archtetype van een zieneres. De link is snel gelegd: het Orakel personifieert de anima van Neo, samen met haar verschijningsvormen Persephone, maar vooral Trinity. Zij is een positieve anima-figuur. Ze gidst Neo naar de innerlijke wereld, naar het Zelf. Trinity is Neo op het spoor, ze is degene die hem ervan weet te overtuigen naar Morpheus te gaan. Zij verwoordt zijn onbewuste: ‘It's the question that drives us, Neo. It's the question that brought you here. You know the question, just as I did.' Trinity heeft een rotsvast vertrouwen in de voorspellingen van het Orakel. De man op wie zij verliefd zou worden, zou de One zijn. Natuurlijk kust Trinity Neo in film 1 tot leven; het is de werking van de anima. Trinity houdt zielsveel van Neo. Zij doet zijn liefde ontwaken. Zij opent zijn diepe innerlijke lagen, naar een weg die zal leiden tot opoffering, tot bevrijding van mens en machine. Natuurlijk leeft Neo in angst dat hij haar zal verliezen en brengt hij haar weer tot leven. Trinity is immers zijn vrouwelijke Ik. Hun hartstochtelijke liefdesscene in film 2 duidt op hun samensmelting, een totaliteit. Let maar eens op hun verschijning in de films: ze worden steeds meer één, met name in film 3 worden ze, als ze in de Matrix zijn, vrijwel identiek aan elkaar: bleke huid, haren strak naar achteren, de vastberaden, uiterst geconcentreerde blik, de strenge kleding.
Waarom sterft ze dan? Omdat ze één is met Neo. Om in termen van Jung te spreken: het individuatieproces is voltooid. Het peil van bewuste realisatie is bereikt. Nu kan het door het ego begrepen worden als het wezenlijke doel van het leven. Nu verandert het onbewuste van de held opnieuw haar dominerende karakter en verschijnt in de laatste fase in een nieuwe vorm, die van het Zelf, de innerlijkste kern van de psyche. Daarom moet Neo ook sterven, of beter gezegd: hij transcendeert.
Welke plaats neemt Smith in binnen dit geheel? Smith is het donkere aspect van de personificatie van het onbewuste. Aan zowel de schaduw, de anima als het Zelf zijn tweevoudige aspecten verbonden: goede en kwade. Ze kunnen levenschenkend zijn, maar ook doden, ze kunnen creatief zijn, maar ook verstarren, ze kunnen liefde schenken, maar ook haat opwekken, ze kunnen opofferend zijn, maar ook willen bezitten.
De donkere kant van het Zelf is het meest gevaarlijke van alle dingen, juist omdat het Zelf de grootste macht van de psyche is. Het kan waanillussies opwekken, Smith wil de wereld bezitten: ‘This is my world! My world!'
Het Zelf wordt vaak gezien als een superieure menselijke figuur. Bij vrouwen is het een machtige godin, zoals de moedergodin Demeter: het Orakel, en dus Sati. Natuurlijk verschijnen aan het einde van de film het Orakel, Seraph en Sati als een drie-eenheid. Het Orakel en Sati zijn de verschijningsvormen van het Zelf, symbolen van de totaliteit. Seraph symboliseert de transendentie van Neo in Orakel/Sati. De oude vrouw en het jonge meisje vormen de lijn die het begin van een cyclus met het einde ervan verbindt, de omwenteling (Revolutions), ze tonen aan dat het Zelf ons het gehele leven vergezelt en dat het alomtegenwoordig is. Jung gebruikt het Hindoewoord ‘mandala' (magische cirkel; Revolutions) als symbool voor het Zelf. De cirkel symboliseert het innerlijke evenwicht, een gevoel dat het leven opnieuw zijn zin en ordening heeft gevonden. De mandala drukt echter ook een nieuwe schepping uit; in de nieuwe ordening keert het oude patroon op een hoger niveau terug.
Bron:
C.A. Wertheim Aymès en P. van Schilfgaarde, ‘De symboliek van haas en anjer', 1972.
De mens en zijn symbolen, met bijdragen van C.G. Jung e.a., 2000.
IV HET EINDE VAN HET EINDE: offer en opstanding
Door voor de linkerdeur te kiezen roept Neo de ondergang over Zion en de Matrix over zich af. Als er niets gebeurt, zal er binnen twintig uur een vernietigende aanval door de machines op Zion worden uitgevoerd en zal het systeem zich zelf opblazen. Een apocalyps dreigt. In film 3 zien we die verwoestende aanval.
Terwijl de mensen van Zion zich opmaken voor de strijd tegen de machines, zal Neo zich moeten gaan voorbereiden op de strijd tegen Smith. Voordat hij tot dat inzicht komt, bevindt hij zich enige tijd in een tussenfase. In deze eerste scene van film 3 zien we Neo liggend op een perron van een treinstation, Mobil Avenue: de limbo, de plek tussen hel en hemel. Neo bevindt zich dus in een tussenfase, in een ‘in between'. Die tussenfase is noodzakelijk om van leven naar dood naar wedergeboorte te gaan.
Aan het einde van film 2 heeft hij eigenhandig vier sentinels weten te stoppen alleen maar door eraan te denken. Hij heeft dusdanige innerlijke krachten ontwikkeld, waarvan het Orakel later hem zal verklaren dat ze rechtstreeks afkomstig zijn van de Bron. Maar Neo was er nog niet klaar voor. Hij had daardoor eigenlijk moeten sterven, maar ook daarvoor was hij blijkbaar nog niet klaar. Vandaar het verblijf in Limbo. Neo is op dit moment uitgetreden, zijn geest is los van zijn lichaam (‘Tell me how I seperated my mind from my body without jacking in').
Op het perron van Mobil Avenue wordt hij begroet door een Indisch meisje dat hem goedemorgen wenst. Vervolgens ontpopt zich een dialoog tussen Neo en het meisje, Sati, en haar ouders, haar vader, Rama-Kandra en haar moeder, Kamala.
De ouders, programma's uit de Matrix, proberen hun dochter in de Matrix gesmokkeld te krijgen. Sati is namelijk een programma dat is ontwikkeld, maar geen functie heeft (‘the last exile'). En iets wat nergens toe doet, moet worden gedeletet. Dat staat haar te wachten. Maar haar ouders houden van haar. Het is Liefde die hen ertoe heeft aangezet een deal te sluiten met de Merovingian om hun dochter te redden van een wisprogramma.
Zoals Persephone ons naar de antieken geleidde, zo ontmoeten we via Sati, Rama-Kandra en Kamala de Indiase mythen. In het hindoeïsme kennen we de uit Brhaman ontstane drie-eenheid (trimurti): Brahma, Shiva en Vishnu.
De hindoestaanse mythen vertellen over een scheppingsproces, waarin de machten van de vernietiging, de asura's, met alle denkbare middelen bestreden en vernietigd dienen te worden. De asura's willen de ordening van het heelal veranderen in een zinloze chaos. De onsterfelijke goden, deva's, en hun aardse helpers slagen er echter telkens in de talloze aanslagen te verijdelen en stellen zo het voortbestaan van de kosmos veilig. Op elke ondergang volgt daarom een nieuw begin.
In de veda's ligt de heilige kennis vastgelegd die nodig is om de negatieve machten te bestrijden. Die kennis kan schijnbaar verloren gaan, maar zieners vinden hun heilige inhoud terug en schenken die weer aan de mensen. Dat is in wezen de inhoud van talloze Indiase myhten.
Vishnoe is hierin een heel belangrijk symbool. Hij is de god die op de oerzee rust en hij wordt beschouwd als het eerste bewuste wezen van de kosmos. In hem vormen de mannelijke en vrouwelijke elementen een volmaakt evenwicht. Aan de voeten van Vishnoe zit zijn eeuwige echtgenote, de geluks-en liefdesgodin Lakshmi. Vishnoe en Lakshmi tonen aan hoe een rechtvaardige wereldordenig tot stand kan komen.
Soms echter krijgt het aspect van de vernietiging de overhand, waardoor er tijdperken ontstaan die voor alle levende wezens een kwelling zijn en waarin alle hoop op een gelukkig bestaan is verloren. Vishnoe echter beschikt over de vaardigheid om een nieuwe harmonieuze ordening te creëren. Daartoe incarneert hij uiteindelijk tien keer. Tot de beroemdste reïncarnaties (avtars) behoort de zevende, van Rama (Rama-Kandra). Zijn geliefde Lakshmi begeleidt Vishnoe altijd op zijn aardse incarnaties en ze biedt hem haar beslissende hulp. Zij is de mooie Sita (Sati) als hij de held Rama is.
Brahma is de schepper van het heelal. Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken. De Architect is Brahma, de scheppende god, ‘the father of the Matrix'.
Shiva treedt dan destructief op dan weer is hij een genadig zielenherder. Doordat hij zoveel verschillende vormen kan aannemen, samen met zijn grillige karakter, personifieert hij in het bijzonder de verbazingwekkende verscheidenheid van het menselijk leven. Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis, dat het spirituele inzicht symboliseert. Het is een innerlijk oog (Aan het einde van film 3 is Neo gewond aan zijn ogen. Hij is blind, maar heeft wel het innerlijk oog. Hij ziet het licht, hij wijst Trinity de weg, hij ziet het licht van de Bron. Neo heeft het derde oog).
Shiva's vrouw is Kali, die hem aanvult en zijn spiegelbeeld is. Kali betekent de Zwarte. Ze wordt ook wel Kali Ma ('Zwarte moeder') genoemd. Kali is een vernietigster, maar heeft ook scheppende kracht; ze is tegelijkertijd baarmoeder en graf. Net als haar echtgenoot Shiva is Kali nooit volledig destructief. Haar doel was het uitbannen van demonische krachten voor deze de kosmische orde in gevaar konden brengen. In haar komen kracht, wijsheid en seksuele soevereiniteit samen. Shiva en Kali zijn geen boze krachten; zij vernietigen alleen wat toch verdwijnen moet. Het Orakel is Kali, ook zij heeft het –door de Merovingian zo begeerde – derde oog.
Rama-Kandra
Het verhaal van Rama en Sita vertelt over de koningszoon Rama wier wondermooie echtgenote Sita (de geluksgodin Lakshmi in aardse gedaante) wordt geroofd door de demon Ravana. Rama gaat naar haar op zoek en vindt haar, nadat hij hulp heeft gekregen van de koning van de mensapen Hanuman (Councillor Hamman (?), die Neo immers ook de gedachte meegeeft dat de mens evenzo de machine nodig heeft als de machine de mens). Samen verslaan ze de koning van de demonen, die zich al onoverwinnelijk waande. Het koninkrijk van Rama geldt voor de Indiërs nog steeds als een tijdloos ideaal voor een heerschappij van rechtvaardigheid voor zowel mensen als dieren (als we de lijn doortrekken naar de film: een heerschappij waarin rechtvaardigheid in gelijke mate geldt voor mens en machine).
Kamala
Kamala, de moeder van Sati, de echtgenote van Rama-Kandra, doet mij denken aan Kama, de liefdesgod als eeuwige overwinnaar. Aan het einde van het ‘derde tijdperk' (we zitten aan het einde van de 3e Matrix) heerste er een dusdanige chaos en duisternis dat zelfs Shiva, die al het kwaad kan vernietigen, zich terugtrok op zijn ijskoude bergtop. De aardse goden proberen er alles aan te doen om Shiva ertoe te zetten zich weer om de aardse ordening te bekommeren. Daartoe zetten ze de liefdesgod Kama in, aan wie ze vragen zijn liefdespijl op Shiva te richten. Als Shiva verliefd wordt, dan zet hij zich, gedreven door de liefde, in voor de andere mensen, zo luidde hun gedachte. Kama schiet zijn liefdespijl, Shiva wordt verliefd op Parvati (de reïncarnatie van zijn eerste echtgenote, Sati). Maar zijn derde oog richtte zich ook op Kama, die hij doet verworden tot een hoopje as. Maar als een wezen uit de godenwereld wordt gedood, kan hij altijd nog in de wereld van de stervelingen mens worden. Vishnoe incarneert als Krishna en in diens de oudste zoon reïncarneert Kama. De liefdesgod was nu een mens.
Sati
Sati symboliseert rechtvaardigheid, liefde en opoffering. Enerzijds is ze Sita, de trouwe echtgenote van Rama, met wie zij een rijk van rechtvaardigheid sticht. In Sita is de liefdesgodin Lakshmi geïncarneerd. Anderzijds is Sati (Sanskrit, = de deugdzame, goede vrouw) de eerste gemalin van Shiva (evenals Kali, en daarmee is Sati verbonden met het Orakel). Zij was degene die de weerbarstige Shiva voor het eerst de liefde liet ervaren. Bedroefd door de twist tussen haar vader en haar echtgenoot kiest zij vrijwillig de dood door het vuur om de eer van haar man te redden. Daarmee offert zij zich. Omdat Shiva's smart om haar dood een bedreiging vormt voor de goddelijke orde wordt zij herboren als Parvati.
Sati begroet Neo met: ‘Goedemorgen'. Neo ontmoet Sati. Het is een voorafspiegeling van wat Neo te doen staat: zelfopoffering. Neo zegt vervolgens tegen Rama-Kandra: ‘Ik ken jou'. Neo herkent Rama-Kandra niet alleen uit het restaurant van de Merovingian, maar ook zich zelf in Rama-Kandra; hij kijkt opnieuw in een spiegel. Neo ontmoet zich zelf; Rama-Kandra is Rama, de zevende incarnatie van Vishnoe, de behoeder van de wereld.
Op het moment dat Neo denkt: ‘Je kwam er zelf in, dus kun je er ook op eigen krachten uitkomen', stopt de trein en haalt Trinity hem uit de Limbo.
Hij bezoekt vervolgens het Orakel voor de derde keer. Het Orakel heeft Neo altijd aangesproken op het onderwerp Keuze. In Reloaded zegt ze Neo dat hij zijn Keuze al heeft gemaakt, hij moet alleen nog begrijpen waarom hij die keuze heeft gemaakt. In Revolutions zegt ze dat je pas weet of je Keuze goed is geweest als je weer eens voor dezelfde keuze zou komen te staan. Met andere woorden: je moet een risico durven nemen bij het maken van een Keuze.
Het Orakel heeft inmiddels zelf een keuze gemaakt: ze gaat een disbalans aanbrengen. Uit het verhaal van de Architect blijkt dat elk programma zijn functie ontleent aan de optimaliseren van de Matrix: elk opgeslagen brein moet uiteindelijk ervoor kiezen deel uit te maken van de Matrix. Er mag geen opstand meer zijn. In tegenstelling tot het intuïtieve karakter van het Orakel is de Architect een control freak: ‘To him [choices] are variables in an equation. One at a time each variable must be solved and countered. That's his purpose: to balance an equation.' Het Orakel Kiest: ze gaat de zaak uit evenwicht brengen. De vernietigster die schepster is, kan daarmee twee vliegen in een klap slaan: redding van de Matrix en Zion. Daartoe moet ze Neo naar de Bron zien te gidsen, ook al heeft hij in een eerder stadium ervoor gekozen dat niet te doen; Neo koos immers voor de linkerdeur.
Het gevaar ligt namelijk niet bij de machines die Zion zullen vernietigen – dat was sowieso gebeurd, ook als Neo voor de rechterdeur had gekozen. De grootste dreiging gaat uit van Smith. De Architect heeft het systeem namelijk dusdanig geprogrammeerd dat er altijd een evenwicht gevonden wordt: het programma Neo roept een gelijksoortig tegengesteld programma op, Smith (‘He is you [Neo]. Your opposite, your negative, the result of equation trying to balance itself out'). Smith is een destroyer geworden met gelijke krachten als die van Neo, maar dan met kwade bedoelingen. Hij vormt een direct gevaar voor het voortbestaan van de Matrix en dus ook van het programma dat Orakel heet. Over Smith zegt ze: ‘Everything that has a beginning has an end. I see the end coming. I see the darkness spreading. I see death. And you [Neo] are all that stands in his way. Very soon he's going to have the power to destroy this world, but I believe he won't stop there; he can't. He won't stop until there's nothing left at all.'
Het Orakel heeft dus zo haar eigen belangen. Voor haar geldt: ‘De enige weg voorwaarts is Samen.' Wat is haar gevaarlijke spel? Er zijn drie partijen met elk hun belangen. Het is Neo's belang om de sentinels stil te leggen die op weg zijn om Zion te vernietigen. Het belang van het Orakel is het uit de weg ruimen van Smith, die de Matrix dreigt te overschaduwen (‘I want everything'). Het derde belang ligt bij de Bron. Wat is het belang van de Bron?
Het plan van het Orakel bestaat erin Neo zo ver te krijgen dat hij rechtstreeks een deal gaat sluiten met de Bron, zonder dat wanneer hij er aankomt hij meteen wordt vernietigd, maar dat hij de mogelijkheid krijgt Smith te elimineren door de Bron ervan te overtuigen in wat voor gevaar de Matrix – en dus Machine World - verkeert. Neo zal als tegenprestatie het stilleggen van de machines kunnen vragen, met vrede als resultaat. Ze weet echter dat ze bij de Bron geen sterke troef in handen heeft door alleen op het gevaar van Smith te wijzen. De Bron is zelf machtig genoeg om Smith te elimineren (‘We don't need you. We need nothing'). Ze moet dus met een aanbod komen, waarbij de Bron een direct belang heeft: Neo?
Neo heeft codes die het systeem kunnen vervolmaken, net zoals elke One voor hem heeft gehad. Neo heeft zelfs uitzonderlijke eigenschappen, ze zullen de machines een menselijkheid geven (‘vis a vis love'). Het is echter de vraag of de Bron hierbij een direct belang heeft. In film 3 zien we Neo met hem onderhandelen, maar we weten niet welk bod hij op tafel legt. Het resultaat is echter wel dat hij terugkeert in de Matrix voor de Super Burly Brawl, het grote gevecht met Smith. Wellicht is het tot de Bron doorgedrongen dat de hele Matrix opgeblazen kan worden door de capriolen van Smith, waardoor het voortbestaan van zijn machines in gevaar komt. Met het opblazen van de menselijke breinen verdwijnt immers zijn energiebron. Als scheppersgod zou hij dan helemaal opnieuw moeten beginnen. Misschien dacht hij: ‘Laat het die jongen maar proberen. Niet geschoten, is altijd mis'. De AI-god is een berekenende god.
Inderdaad, het Orakel speelt een gevaarlijk spel.
Laten we even teruggaan naar dat gevaarlijk spel.
Haar eerste uitdaging is om Neo hierover aan het denken te zetten, wat haar lukt (‘I need time'). Het moet snel gebeuren, immers de sentinels zijn al onderweg naar Zion voor hun verwoestende aanval en Neo zit vast in Limbo, in de handen van de Trainman en de Merovingian, de tegenstanders van het Orakel. Daarom gebood ze Trinity en Morpheus op audiëntie, vertelde hen dat zíj een keuze heeft gemaakt en vroeg hen Neo te bevrijden:
‘I made a choice, and that choice cost me more than I wanted to.'
M: ‘Wat choice?'
O: ‘To help you to guide Neo. Now, since the real test for any choice is having to make the same choice again, knowing full well what it might cost – I guess I feel pretty good about that choice, ‘cause here I am, at it again.'
Het Orakel verwijst naar een eerdere keuze die ze heeft moeten maken. Wellicht voor de eerste One en tegen de eerste Smith? Als Smith op het punt staat Seraph te absorberen, zegt hij: ‘Well, well, it's been a long time. I remember chasing you was like chasing a ghost.'
S: ‘I have beaten you before.'
Sm: ‘That's true, but as you can see, things are a little different now.'
Haar tweede uitdaging is Smith via Neo naar de Bron te leiden, zodat hij geëlimineerd wordt. Deze twee tegengestelden zullen elkaar moeten opheffen: Duister en Licht. Neo heeft krachten die rechtstreeks van de Bron afkomen. Smith ontwikkelt zich gestaag als een nietsontziende kracht en de enige manier om hem te stoppen is hem te upgraden. Dan raakt het evenwicht (Neo en Smith) uit balans. Smith wordt overbodig en vanzelfsprekend gedeletet. Daarom besluit het Orakel dat Smith zich in haar mag boren. Deze imprint zal hem uit balans doen raken. Het zal nog niet genoeg zijn, ze heeft ook de krachten van Neo nodig, maar er is geen weg meer terug. Ze wacht hem gelaten op. Als hij binnenkomt, noemt hij haar bijna spottend ‘Mom'. Ze laat zich vervolgens gewillig absorberen door Smith.
Er is nog een risico dat het Orakel neemt. Ze gelooft in Neo's krachten, dat hij sterker zal zijn dan Smith. Neo kan zijn geest losmaken van zijn lichaam en vier sentinels afstoppen door alleen maar daaraan te denken. Zij weet dat Neo's grootste kracht bovendien ligt in het feit dat hij een keuze kan maken. Neo is degene die Smith op kan blazen. Hij moet daarvoor dan wel Kiezen. Hij zal los moeten komen van zijn ego, nederig moeten worden, het belang van het grotere geheel voorop moeten stellen. Dat heeft hij in de voorafgaande tijden niet gedaan, telkens heeft hij Smith weerstaan (en ook de Architect).
Maar Neo kan, als het moet, uit zijn bewustzijn treden, zijn ego loslaten. Als een ware mythische held kan hij zich op een tussenpad begeven. Zijn verblijf in Limbo was daar een voorbode van. Er bestaat een kans dat Neo op tijd tot dat inzicht komt, waardoor hij los zal kunnen komen van zijn specifieke code en zal kunnen handelen. Het is aan het Orakel om hem naar dat moment te gidsen: in de directe confrontatie tussen Smith/Orakel en Neo.
Smith is niet in staat een Keuze te maken. Hij volgt zijn duistere codes, zijn ego. Hij is gericht op dat ene doel: meer macht om de Matrix, waaraan hij zo'n hekel had (film 1) te vernietigen. Vanuit de programmering van de Architect wordt hij naar Neo gedreven: alles moet in evenwicht zijn, de ene code roept een tegengestelde op. Smith is gekluisterd aan Neo en wil van hem af. Elke code van elk programma waarvan hij de imprint bemachtigt, doet hem geloven dat hij sterker en machtiger wordt dan Neo. Vanuit die zwakte lokt het Orakel hem naar zich toe; Smith hapt toe.
Neo komt tot het besluit dat hij Smith moet gaan bevechten. Het einde van de oorlog tussen mens en machine, met een gegarandeerde uitkomst dat de mensheid het zal afleggen tegen de sentinels, kan alleen bereikt worden in een vredesbesluit. Neo is ervan overtuigd dat die vrede alleen tot stand komt door de gezamenlijke vijand (Smith) te elimineren. Hij denkt dat hij krachten genoeg verzameld heeft om Smith te lijf te gaan. Wat hij niet weet, is dat Smith zijn krachten inmiddels verveelvoudigd heeft door het Orakel te absorberen. Hij heeft ook nog geen weet van het gevaarlijke spel van het Orakel, waarin hij een troef is.
Samen met Trinity vertrekt hij naar Machine City. Als hij voor de Bron verschijnt vraagt deze hem: ‘What do you want?', waarop Neo antwoordt: ‘Peace'.
Goed, en dan het gevecht tussen Neo en Smith. Neo kiest ervoor om Smith te gaan bevechten in de hoop hem te overwinnen. Wij, die nu weten dat de twee antipolen tot elkaar veroordeeld zijn, weten nu ook dat hij dit gevecht niet gaat winnen. Tenminste, niet lijfelijk. Wel moreel. Moreel gezien overwint het goede het kwade, de liefde de haat.
Er volgt een vreselijk gevecht. Eerst hebben we in de film de alles verwoestende, maniakale kracht van de machines die Zion aanvallen. Daarna komt de verzengende kracht van Smith tegen Neo. De Super Burly Brawl vindt plaats in een atmosfeer die aan de zondvloed doet denken. Een stortvloed aan water, donder en bliksem stort zich uit boven de hoofden van Neo en Smith (op dit sterk alchemistische beeld kom ik later terug). De Super Burly Brawl wordt een uitputtingsslag, waarbij je als kijker ‘voelt' dat Neo minder kansen heeft dan Smith, in wie immers de krachten van het Orakel zich hebben gevoegd. Maar Neo geeft niet op. Na de zoveelste klap van Smith vraagt deze: ‘Why, mr. Anderson, why do you persist?'
En Neo's antwoord is: ‘I choose to.'
Neo KIEST.
Als Neo dit zegt, raakt Smith helemaal in de war, hij is dan nog maar een schim van wat hij geweest is. Je zou zeggen: nu is het moment bereikt waarop Neo genadeloos kan toeslaan en de strijd in zijn voordeel beslechten. Maar toch, aan het einde van het gevecht, even nadat Neo Smith wel zo'n enorme klap in zijn gezicht heeft gegeven dat je denkt: zo meteen vliegt zijn hoofd nog van zijn hals, als zijn kracht niet meer te stuiten lijkt te zijn, Kiest Neo ervoor om te stoppen.
Wat doet hem stoppen?
Smith zegt hem: ‘Everything that has an beginning has an end, Neo.' Het zijn de woorden van het Orakel. Smith heeft Neo nog nooit bij zijn voornaam genoemd. Nu gebeurt dat voor het eerst. Niet Smith spreekt, maar het Orakel in Smith. Neo zou de strijd niet kunnen winnen, Smith heeft grotere krachten. De strijd moet op een andere manier worden opgelost en via deze woorden kan het Orakel Neo dat inzicht geven: ‘Everything that has a beginning has an end.' De twee antipolen moeten met elkaar versmolten worden om een nieuw begin te kunnen maken. Duisternis en Licht zijn in elke daad aanwezig, elke daad brengt kwade en goede effecten met zich mee. Bij de geringste twijfel kan men daarom het best voor het middenpad kiezen, voorbij de polariteiten. Plotseling beseft Neo dit, hij maakt een definitieve Keuze.
Neo's innerlijk bewustzijn (‘Temet Nosce') heeft zich dusdanig ontwikkeld dat hij het pad van de geestelijke verlichting en de bevrijding van alle stoffelijke banden heeft afgelegd. Neo's kracht ligt hierin dat hij buiten zich zelf kan treden op het moment dat het werkelijk nodig is. Vrijwillig laat hij dan ook Smith in hem doordringen, mag het programma Smith zich in hem nestelen. Neo legt zijn krachten neer.
Gegidst door het Orakel luistert hij naar zijn innerlijke natuur en weet hij dat hij niet langer tegenstand moet bieden. Hij doet een stap zijwaarts en gaat van zijn rol van het Licht vandaan naar het middenpad; tussen de tegenpolen. Door dit te doen kiest Neo voor het pad tussen Licht en Donker, tussen Verlangen en Angst. Het is het lot of de bestemming van helden om hun oude levenswijze te verliezen om een nieuw, hoger of rijper leven in staat te stellen de lege plaats in te nemen die door hun oude ik is achtergelaten. Dé sleutel tot elke heroïsche daad is dat men het ik laat varen en een leegte schept om ruimte te bieden aan iets groters. Neo sterft als een ware held en mysticus die moet sterven in zijn ego, moet sterven in elke gedachte die hij is, om als iets anders en iets groters te worden herboren: Sati. De verlossing ligt dus niet in het directe moment. De Verlossing ligt in een nieuw begin, dat tot stand moet worden gebracht door de opoffering van het Zelf (Neo Õ Sati).
Dit beeld van het middenpad wordt overigens al voorbereid in de film. Als Trinity en Neo in het ruimteschip Logos op weg zijn naar Machine City is Neo gewond aan zijn ogen. Hij ziet niets meer van de buitenwereld, maar hij heeft wel het innerlijk (derde) oog. Hij ziet de lichtbanen. Als Trinity vraagt welke kant ze op moet dan zegt hij dat ze drie wegen (power lines) voor zich ziet. Ze moet de middelste nemen. Die leidt veilig naar Machine City. De Middenweg: het pad tussen goed en kwaad leidt rechtstreeks naar de Bron.
Smith is niet in staat om zijn duistere macht naast zich neer te leggen. Hij boort zich in Neo, in hem komen Licht en Duister samen. Hij heft zich daardoor op, Smith wordt gewist in de samensmelting van Licht en Duister. Hij komt door de samensmelting met Neo in direct contact met de Bron en dat betekent voor hem ‘einde oefening'. Het Orakel heeft het al een keer verkondigd: een programma kan kiezen voor de Matrix als het bedreigd wordt met een vernietiging of terugkeren naar de Source om gedeletet te worden. Smith is definitief verdwenen. Van Neo weten we het niet zeker. Het Orakel antwoordt immers aan het einde van de film op de vraag van Sati of ze Neo ooit nog eens zal zien: ‘I suspect so. Someday.'
Na Neo's daad nemen de machines, vol zachtheid en eerbied, zijn lichaam op (armen gespreid in de vorm van een kruis) en dragen het naar een tempel van licht. Energiestromen verlaten zijn lichaam. Als hij opstijgt ten hemel, keert hij terug naar de Bron, waar het pad van the One eindigt.
Het is een nieuwe dag. Het Orakel zit op een bankje in een park. Wanneer de Architect op haar komt afgelopen begroet Het Orakel hem met de woorden: ‘Kijk eens wie we daar hebben!' (‘Well, now, ain't this a suprise').
A: ‘Dat was een gevaarlijk spel dat je gespeeld hebt.'
O: ‘Ja, verandering is altijd een gevaarlijk spel.'
Blijkbaar weet de Architect van haar spel. Heeft hij er ook aan meegewerkt? Heeft hij haar beloftes gedaan als het zou lukken? Of heeft het Orakel deze keer de Architect schaakmat gezet?
Vervolgens verschijnen Sati en Seraph. Ook zij zijn terug in hun oorspronkelijke gedaante. Sati begroet het Orakel met: ‘Goedemorgen'. Zij tovert een zonsopgang tevoorschijn, speciaal voor Neo, wiens offer leidde tot dit nieuwe begin. Sati is geen ‘exile' meer, geen programma zonder doel dat gevaar loopt gedeletet te worden. Ze is de opvolger van Neo. In haar is enerzijds het mannelijke principe van de ratio vertegenwoordigd en anderzijds het vrouwelijke van het Geloof, de Hoop en de Liefde.
De Liefde is de drijfveer geweest, de kracht waarop de Architect geen antwoord had, maar die Neo dreef tot de verlosser die hij moest worden. Het is deze verbindende kracht die de tegenstellingen opheft en voor harmonie zorgt. Het is zoals Rama-Kandra zegt: ‘Liefde is meer dan een menselijke emotie. Liefde is een woord dat een diepgaand verband aanduidt tussen entiteiten.' Wat Neo tot stand heeft gebracht is dat de betekenis van het woord Liefde een programmaonderdeel van de machines is geworden. Liefde zorgt voor vriendschap, compassie, vergeving, wezenlijke begrippen van een gemeenschap, die nodig zijn om verder te kunnen met elkaar. In deze moderne mythe die de Martix-trilogie is, wordt dat verbeeld door de vrede tussen mens en machine. Het is zoals het Orakel al verkondigde: ‘De enige weg voorwaarts is Samen.'
Het gevaarlijke spel is in harmonie geëindigd. Op de vraag van Seraph of ze het al die tijd heeft geweten, antwoordt ze, en het zijn de laatste woorden van de film: ‘Oh no. No, I didn't. But I believed. I believed.'