Onvervalste flower power uit de bloemenweide van Marc Mulders

26.09.18, Paola van de Velde, interview uit De Telegraaf

Marc Mulders (60) heeft veel om dankbaar voor te zijn. Al ruim dertig jaar behoort hij tot de meest geliefde schilders van Nederland. Zeker twintig musea, waaronder het Amsterdamse Stedelijk Museum, De Pont in Tilburg en het Van Abbemuseum te Eindhoven kochten zijn neo-impressionistische doeken. Net als tal van particulieren. “Ik wil liever helen met mijn werk dan bruuskeren.”

My Own Private Giverny – Impressionisme for ever

2017, Marc Mulders, essay uit publicatie Marc Mulders My Own Private Giverny

Wat te doen als je als schilder weg wilt vluchten van alle ruis en waan van de dag. Van alle stemverheffingen, oordelen en veroordelingen door politici en extreem gelovigen. Maar ook: weg van je eigen vermeend gelijk. Wel, de schilder kan zich als een tuinman gedragen, bloemenakkers aanleggen en verzorgen en deze vervolgens als een echo op het schilders­ linnen laten doorklinken. Het naar de natuur schilderen gaat stilletjes, niet met een hardop reciteren, maar een fluisteren van het alfabet van alle tonen, gradaties en sferen ontleend aan de natuur.

‘Ik dank God dat ik de schepping mag versieren’

2013, Annelies van der Woude, interview uit Trouw

Geroemd, gelauwerd en verguisd. Kunstenaar Marc Mulders raakt mensen met zijn werk. Het passeren van de vijftig bracht de geëngageerde Mulders rust en berusting. "Er is iets volbracht."

Pulserende Vitaliteit – Over het vroegere werk van Marc Mulders

2013, Jaap Goedegebuure, essay uit The Moonlight Garden

In het schildersleerboek dat hij tijdens de tweede helft van zijn leven samenstelde, formuleert Albrecht Dürer de inzichten die de oude Grieken hem hebben bij-gebracht. Het is bij de natuur dat de kunstenaar te rade moet gaan, want alleen zij biedt het ideale model. Sterker nog: in haar openbaart zich de goddelijke werkelijkheid. Die is niet alleen te vinden in de vermenselijkte gestalte van de lijdende Christus, maar ook in de haas en het hert, en in splinters en gras.[1]

De Monnik

2013, Annemiek Leclaire, artikel uit Vrij Nederland

In de winter van 1997 had beeldend kunstenaar Marc Mulders (1958) een solo-expositie in de gerenommeerde Galerie Daniel Templon in Parijs. Hij werd in die jaren vertegenwoordigd door Galerie Barbara Farber, die kort daarvoor veertig van zijn doeken had weten te verkopen op de grote kunstbeurzen in Bazel, Mi­ami, Madrid en Parijs, en een tentoonstelling voor hem had verzorgd bij de Stefan Stux Gal­le­ry in New York. Na afloop van de opening bij Templon was er ter ere van Mulders een diner in een restaurant op Place de la Madeleine. Er waren ministers, mensen uit de modewereld, Claude Picasso en zijn vrouw. Later die avond zou de familie Guerlain, wereldberoemde parfumeurs en bewonderaars van Mulders’ werk, een feest mede voor hem geven op hun kasteel even buiten Parijs. Mulders had ertegen opgezien, er hing een jetset-sfeer rondom zijn bezoek in Parijs waarin hij zich niet thuis voelde. Halverwege de avond ging hij naar de gastvrouw om te zeggen dat ze onverwachts terug naar Tilburg moesten. ‘Marc, dat kan niet!’ had madame Guerlain ontzet geroepen. ‘Alles is al klaar in het kasteel!’ Maar Mulders reed naar huis. Een dag later stond er een woedende galeriehouder op Mulders’ antwoordapparaat. Daar ging de buitenlandcarrière van Marc Mulders.

Schilderen naar het licht

Jurriaan Benschop, Catalogus Noord Brabants Museum

Toen Marc Mulders in 2008 verhuisde van de binnenstad van Tilburg naar het landgoed Baest,[1] twintig kilometer buiten de stad, en zijn atelier in de grote schuur van een boerderij inrichtte, ging hij ervan uit dat er een omslag in zijn werk zou komen. Immers, de dagelijkse omgeving veranderde ingrijpend. Er was opeens "het buitenatelier" zoals Mulders het noemt. De tuin, de bossen, het weiland, de vogels, de mist, de bloemen, alles levend voor de deur, in permanente verandering, onder directie van de seizoenen. Het zou, voor een kunstenaar als Mulders, met een grote interesse in de natuur, vreemd zijn als deze verandering niet tot zijn werk door zou dringen. Toch duurde het een aantal jaren voordat er zichtbaar iets veranderde in het werk. En dat zegt iets over wat er gaande is, als vanuit natuur schilderkunst ontstaat en over de specifieke route die Mulders daarin volgt.